GATZ KLEURENBLIND? / DOSSIER HET BLAUWE BOEKJE - LINKS-LIBERALISME (1999-2004)

8 januari 2004
Sven Gatz

In september 2003 publiceerde ik Het Blauwe Boekje - met knalrode kaft! Maar kleurenblind ben ik alvast niet. Al jaren loop ik met de overtuiging dat er in Vlaanderen terug plaats is voor een links-liberale politieke stroming. Een deel van de VU wou daar niet van weten en Spirit durfde die uitdaging niet aan. De VLD besefte daarentegen wel dat links-liberalen een authentiek onderdeel van de liberale familie uitmaken. Ik zal me dan ook als een liberaal guerrillero op "links" terrein blijven begeven. De rode kaft van het boek was niet meer dan een voorsmaakje. In dit dossier geef ik alvast de achtergrondinformatie bij het links-liberalisme in Vlaanderen

Sven Gatz
24 februari 2004

Autoportret op (tot www.gatz.be augustus 2002)

De Brusselse Vlaming Sven Gatz is vandaag op zijn 34ste Vlaams en Brussels Volksvertegenwoordiger. Hoe verzeil je finaal in de politiek? Hoe wordt een ambtenaar volksvertegenwoordiger? En hoe komt een flamingant van de de Volksunie bij de Vlaamse Liberaal-Democraten (VLD)? Over de Volksunie, ID21, VU&ID, het korte Spirit-avontuur en de VLD, over Brussel en Vlaanderen, over nationalisme en links-liberalisme en over een kleine grootstad: een portret.

[volledig interview]

De keuze voor de VLD

Als Links-liberaal heb ik inhoudelijk aanknopingspunten met zowel rood, groen als blauw, maar ook duidelijke verschilpunten. Mijn keuze voor de VLD was geen keuze door uitsluiting, maar een vrij voor de hand liggende keuze.

[bericht na overstap
naar VLD, 3 juli 2002
]


Hoe het begon: een opinietekst in De Morgen (2 december 1999) waar een aantal VU-leden hun steun aan voorzitterskandidaat Patrik Vankrunkelsven willen geven.

VU&ID, een Vlaams D66

Weldra kiest ook de Volksunie een voorzitter. Volgens een groepje VU'ers rond Sven Gatz, Els van Weert en Bart Staes is met de alliantie van Vlaams-nationalisten en vernieuwers in VU&ID een periode van herverkavelingen ten einde. In VU&ID vinden volgens hen federalisten en radicale democraten elkaar, met als bindmiddel het progressief liberalisme.

Nu verschillende andere partijen hun voorzittersverkiezingen achter de rug hebben, is ook de VU aan de beurt. De nieuwe VU-voorzitter zal ook het alliantiebestuur, waar VU & ID voor het eerst structureel samen vergaderen, voorzitten, wat geen onbelangrijk detail is.

Wie zich kandidaat stelt om voorzitter te worden van de VU, moet immers goed beseffen van welke partij hij de leiding wenst te nemen. We helpen een handje met een beknopt historisch overzicht.

Vanaf het ontstaan van de Volksunie in 1954 tot in de jaren '70 bestond de partij uit twee geledingen: anti-Belgicisten en federalisten. De eerste groep wenste een oude rekening te vereffenen met het Belgisch regime en teerde op gevoelens die veelal uit de repressie na de Tweede Wereldoorlog ontstaan waren. De tweede groep koos voor een positief federalistisch project dat België‚ op termijn zou omvormen van een unitaire tot een Federale staat. Beide groepen waren ongeveer even groot en konden het zich veroorloven maatschappelijke discussies uit de weg te gaan, aangezien zowat alle politieke energie van de partij naar communautaire thema's ging.

Dit veranderde in de jaren '70 en '80, met het Egmontpact van 1978 als belangrijke cesuur. De VU werd op een pijnlijke manier met de grenzen van haar communautaire onderhandelingsmarge geconfronteerd enerzijds en bouwde anderzijds gestaag aan een maatschappelijk profiel (zie bijvoorbeeld de vooruitstrevende opstelling tijdens de rakettenkwestie midden jaren '80). Deze evolutie zorgde voor een interne verschuiving in het partijkader. De federale idee werd niet langer revendicatief, maar positief geformuleerd. Gestaag groeit een nieuw project: Vlaanderen als zelfstandige regio in Europa. Tegelijk vond een nieuwe groep de weg naar de VU. Hoewel een partij als Agalev einde jaren '70, begin jaren '80 een groot deel van een generatie aan zich wist te binden, slaagde de Volksunie er toch in jongeren aan te trekken voor wie de communautaire emancipatiegedachte en een maatschappelijk vooruitstrevend project onlosmakelijk verbonden waren.

Sinds het begin van de jaren '90 is er een nieuwe episode begonnen in de partijgeschiedenis van het democratisch Vlaams-nationalisme. Discrete contacten met de CVP, vervolgens overloperij naar de VLD en ten slotte Sienjaal-geflirt met SP en Agalev brachten de Volksunie - Vlaamse Vrije Democraten ei zo na onder de drempel van de levensvatbaarheid. Daarna werd er resoluut gekozen voor een verdere invulling van het eigen maatschappelijk profiel. Met een opening naar gelijkgezinde politieke daklozen, waaruit ID21 ontstond. Een periode van potentiële herverkaveling was daarmee - terecht - afgesloten. Maar dat is nog iets anders dan terugplooien op zichzelf. Hierdoor vonden Vlaams-nationalisten en vernieuwers elkaar in de VU &ID-alliantie.

Het hart van de partij en de alliantie bestaat nu uit federalisten en radicale democraten die - mag het kind nu eindelijk een naam krijgen? - op maatschappelijk vlak het progressief liberalisme als bindmiddel hebben. Cultureel progressief en dus 'liberal' in de Angelsaksische betekenis van het woord, waarbij tal van thema's onbevooroordeeld en open benaderd worden. Liberaal in de betekenis van voorstanders van de vrije markt en het vrij ondernemerschap als motor van de welvaart, met die belangrijke correctie dat er geen echte vrije markt is zonder vrije mensen met gelijke kansen en rechten en zonder respect voor cultuur en leefmilieu. De vrije markt is een middel, geen doel op zich. Het links-liberalisme gaat immers uit van sociale rechtvaardigheid.

De alliantie VU & ID heeft een Volksunie-voorzitter nodig die zich in deze historische dynamiek herkent. Wie de geschiedenis begrijpt kan zich immers een beeld vormen van de toekomst. In die zin is ID21 ook geen 'accident de parcours', zoals sommigen beweren, maar een logische stap in de geschiedenis van een partij.

De kandidaat moet o.i. een politicus zijn die door onderhandelingen vooruitgang boekt in het streven naar Vlaamse autonomie. Net als in het verleden is het de opdracht van de democratische Vlaams-nationalisten niet aan de zijlijn en in alle 'zuiverheid' kritiek te geven op de Belgische staatsvorm, maar om (indien nodig via regeringsdeelname) gestalte te geven aan de Vlaamse zelfstandigheid en deze inhoudelijk in te vullen. In een context waar het internationale nieuws en politiek de samenleving meer en meer beheerst, moet de voorzitter het nationalisme bovendien vertalen in een inter-nationalisme, moet hij pleiten voor radicale democratie van het gemeentelijk vlak tot op het wereldwijde vlak (in Vlaanderen, de Belgische (con)federatie, Europa, VN, Wereldhandelsorganisatie...).

De voorzitter moet ook 'vrijzinnig' zijn, niet in onze Vlaamse voorbijgestreefde betekenis van het woord, namelijk anticlericaal, maar in de Nederlandse betekenis: vrij van dogma's, pragmatisch en pluralistisch. Het programma van VU & ID is bij uitstek een oefening om zonder angst voor zogenaamde ideologische contrasten, thema per thema te zoeken naar rechtvaardige standpunten.

Sociaal-liberalisme en radicale democratie staan o.i. dus niet haaks op het democratische Vlaams-nationalisme, maar zijn er een uitstekend complement van.

Deze tekst is een oproep om de Volksunie (en onrechtstreeks ook de alliantie) de voorzitter te geven die zij verdient. Nu VU & ID is herrezen uit een diep dal en weer de band met een jong en kritisch Vlaams kiezerspubliek heeft gelegd, kunnen we het ons niet permitteren om de klok terug te draaien. De VU moet met haar nieuwe voorzitter en via VU &ID meer dan ooit de motor zijn van een institutionele, democratische en maatschappelijke vernieuwing.

Deze tekst is ondertekend door de VU-volksvertegenwoordigers Sven Gatz, Bart Staes en Els van Weert en door negen jonge kaderleden van de VU.