Schriftelijke vraag vanwege Sven Gatz aan het college van Burgemeester en schepenen van Jette over de gebrekkige inkohiering en inning van de onroerende voorheffing door de federale overheid en de gevolgen hiervan voor de gemeente- inkomsten
De aanvullende belasting op de onroerende voorheffing is een gewestelijke belasting, die in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest door de federale administratie wordt ingekohierd en geïnd. Deze belasting komt de gemeenten toe en betekent voor hen een belangrijke bron van inkomsten.
Begin oktober werd duidelijk dat de effectieve inkomsten, afkomstig van de federale administratie, lang niet overeenstemmen met de inkomsten waarop de Brusselse gemeenten, gezien hun patrimonium, recht zouden hebben.
Contacten met de federale administratie leren ons dat de oorzaak ten dele bij de gemeenten zelf ligt: sommige gemeenten verzuimen de gegevens betreffende nieuwe of gerenoveerde gebouwen op tijd aan de administratie van het kadaster door te geven, met vertraging tot gevolg, zowel wat de inning als de doorstorting aan de gemeenten betreft.
Aangezien dit voor de gemeente Jette een belangrijk verlies van inkomsten zou kunnen betekenen, stel ik mij de vraag of het gemeentebestuur op de hoogte is van een mogelijk inkomstentekort? Tenminste, heeft het gemeentebestuur dit laten verifiëren?
Aangezien de inkomsten van een Brussels gemeente zoals Jette kritiek blijven (weerslag belastinghervormingen, de herziening op de wet op de financiering van politiezones) is het belangrijk dat het gemeentebestuur het belastbaar patrimonium goed in kaart brengt. Wat doet het gemeentebestuur om systematisch alle gegevens van een renovatie of nieuwbouw te verzamelen en door te sturen naar de fiscale administratie?
Sven Gatz
Gemeenteraadslid Jette
|