Buurtvaders in Brussel

6 mei 2002
Sven Gatz

Interpellatieverzoek aan het Collegelid Jos Chabert, bevoegd voor welzijn, en de Collegevoorzitter Robert Delathouwer, bevoegd voor Jeugd, m.b.t. het aanmoedigen van projecten van buurtvaders.

Een veel gehoord voorstel om vandaag de jongerencriminaliteit in moeilijke wijken aan te pakken heet de“Buurtvaders”. Dit zijn de vaders of ouders van jongeren in moeilijke wijken die zelf ‘s avonds de straat opgaan in hun wijk en door contact met de jongeren op spontane wijze een vorm van sociale controle in de wijk herstellen.

Het project Buurtvaders is in Amsterdam-West in een wijk met een hoge concentratie aan

migranten, kansarmoede en criminaliteit ontstaan op initiatief van een aantal Marokkaanse vaders die zich beledigd voelden door meerdere verwijzingen in de pers naar het gebrek aan

verantwoordelijkheid van de Marokkaanse ouders. Ze kregen voor hun project de steun van de gemeente en de politie. De aanwezigheid van de buurtvaders heeft er toe bijgedragen om de criminaliteit in de wijk met 50% te doen dalen. Meer nog, de overlastmeldingen dalen, en het gevoel van veiligheid en leefbaarheid vergroot.

Het project heeft ook in andere steden in Nederland en een beetje overal in Europa en tot in

Kaapstad (Zuid-Afrika) belangstelling en soms opvolging gevonden. Ook in Mechelen werd het project ingevoerd in de Ghandi-wijk.

Wat doen de buurtvaders: het is niet de bedoeling dat de buurtvaders agentje spelen. Enkel in uitzonderlijke gevallen kunnen ze informatie doorgeven aan de politie. De buurtvaders zijn in eerste instantie gewoon zichtbaar aanwezig in de wijk, op de straat en babbelen met de jongeren. Ze kunnen ook algemene informatie over de wijk doorgeven aan de gemeente. Ze kunnen zoals in Amsterdam het geval was een aantal sociale integratieprojecten genereren. Ze zijn een aanspreekpunt voor de buurtbewoners, ze hebben een eigen werkwijze en worden niet aanzien als een overheidsdienst, ze dragen bij tot de bewustwording in de buurt over de eigen verantwoordelijkeheid voor veiligheid en leefbaarheid en ze kunnen door hun afkomst hun werkwijze cultureel inkleuren. Deze initiatieven kosten bovendien de overheid relatief weinig (alles gebeurt op vrijwillige basis).

Het is evenwel belangrijk dat een dergelijk project uit de wijk zelf groeit. Het kan niet opgelegd worden, enkel gestimuleerd en de groep ouders moet (cultureel) een weerspiegeling zijn van de groep jongeren om het vertrouwen te winnen.

Een project als dit overlapt heel wat bevoegdheidsdomeinen. Maar er is onmiskenbaar een belangrijk, zoniet het belangrijkste aspect dat behoort tot de gemeenschapsbevoegdheden. Het houdt evenveel verband met het jeugdbeleid als met het beleid inzake samenlevingsinitiatieven. De VGC moet dan ook haar verantwoordelijkeheid opnemen.

FMDO (Federatie Marokkaanse Democratische Organisaties) heeft bij de VGC een project

ingediend en evalueert de haalbaarheid van het project in een aantal Brusselse wijken. O.a in de Peterboswijk in Anderlecht wordt een dergelijk initiatief overwogen.

- zal het college dit initiatief ondersteunen? Hoever staat het met dit project?

- zijn er in de Peterboswijk of in andere wijken signalen dat er vraag is bij de ouders naar dergelijke initaitieven? Op welke wijze denkt de VGC het bestaan van dergelijke projecten kenbaar te maken in een wijk?

- zijn er langs Franstalige kant gelijkaardige projecten als datgene dat FMDO heeft voorgesteld? Zal de VGC hierover overleg plegen met de COCOF en met de lokale besturen?

- welke vorm kan de ondersteuning van deze projecten aannemen?

De VGC kan door actief werk te maken van Buurtvadersprojecten in Brusselse wijken een voortrekkersrol spelen in een belangrijk aspect van een preventiebeleid: het herstellen van een sociale controle en het aanwakkeren van de verantwoordelijkeheid van burgers voor hun buurt

Sven Gatz

Volksvertegenwoordiger