Een cultuurpremie voor alle Nederlandstalige Brusselse scholen?

28 april 2009
Sven Gatz


De Vlaamse minister voor Brussel, Cultuur, Sport en Jeugd, Bert Anciaux, beloofde op 20 maart een premie van € 20 per leerling in alle Nederlandstalige Brusselse scholen. In de praktijk is het evenwel anders geworden, zo blijkt uit het antwoord op de vragen van Sven Gatz...

 

Schriftelijke Vraag van Sven Gatz aan Bert Anciaux, Vlaams minister van Cultuur, Jeugd, Sport en Brussel, over de timing van de premie voor Brusselse Nederlandstalige scholen, om het aanbod van Vlaamse sportieve, sociale en culturele initiatieven in Brussel te verkennen.

Op vrijdag 20 maart werd in de pers de beslissing bekendgemaakt van de heer minister dat alle Nederlandstalige Brusselse scholen kunnen aanspraak maken op een premie van € 20 per leerling. Deze premie dienst aangewend te worden om Vlaamse, sportieve en culturele initiatieven in de hoofdstad te verkennen. Ook is het de bedoeling van de heer minister om met deze premie het gebruik van het Nederlands buiten de school te stimuleren.

Een bedrag van € 800.000 is voorzien. De schooldirecties kunnen deze premie besteden vanaf 1 mei 2009 tot 31 maart 2010, om schoolactiviteiten te organiseren met en bij Nederlandstalige sociale, culturele en sportinstellingen in Brussel.

Op dinsdag 23 maart kregen de eerste Nederlandstalige scholen in Brussel een brief voor dit initiatief. De deadline voor deze aanvraag werd gesteld op vrijdag 3 april. De scholen krijgen de tijd tot deze datum om de premie aan te vragen.

Van een aantal Nederlandstalige scholen krijg ik signalen dat één en ander niet duidelijk is.

1)    Hebben alle Nederlandstalige scholen in Brussel ingetekend op deze premie?

2)    Kan u de procedure van de toekenning van deze subsidie toelichten? Welke gegevens worden er aan de scholen gevraagd die op 3 april gekend moeten zijn? Hoe gebeurt de toekenning van deze subsidie? Is de besteding van deze subsidie gebonden aan voorwaarden – dewelke – en hoe wordt de besteding gecontroleerd?

3)    Het is hoogst ongebruikelijk om subsidies toe te kennen die op basis van het leerlingen-bestand van dit schooljaar 2008-2009 worden bepaald, terwijl de besteding, naar alle waarschijnlijkheid, in het schooljaar 2009-2010 zal plaatsvinden, met een ander aantal leerlingen. Waarom wordt de termijn 1 mei 2009 tot 31 maart 2010 gehanteerd?

4)    Is deze subsidie recurrent? Wordt er bij de volgende toekenning van deze subsidie dezelfde bestedingstermijn gehanteerd, namelijk van 1 mei 2010 tot 31 maart 2011?

                                Sven Gatz
                                Vlaams volksvertegenwoordiger voor Brussel

 

Het anwoord van de bevoegde minister luidt als volgt:


1.    137 Scholen hebben de projectoproep beantwoord en de premie aangevraagd. 26 secundaire scholen met in totaal 9.682 leerlingen voor 176.400 euro en 111 basisscholen met in totaal 23.112 leerlingen voor 461.560 euro. 32.794 of 82.5% van alle in het Nederlandstalig onderwijs in het Tweetalig gebied Brussel Hoofdstad ingeschreven leerlingen zullen van deze premie gebruik kunnen maken voor een totaalbedrag van 639.960 euro.

2.    Op 20 maart 2009 ontvingen alle scholen die aan de criteria van deze projectoproep voldeden een schrijven met de projectoproep. De scholen moeten voldoen aan de voorwaarden opgesomd in de projectoproep.

3.    Er is een permanente instroom en uitstroom in het basis en secundair onderwijs. Op de begroting BA33.13 2009, waar deze premie onder valt, reserveerde ik een budget van maximaal 800.000 euro voor deze beleidsmaatregel. Op 1 februari 2009 waren er 39.727 leerlingen ingeschreven in het Nederlandstalig onderwijs van het tweetalig gebied Brussel Hoofdstad. Ook al wordt vermoe-delijk een groot gedeelte van deze premie in het schooljaar 2009-2010 besteed, toch wordt hij volledig uit het budget 2009 betaald. In het andere geval zou de kans bestaan dat bij een aanzien-lijke toename van het leerlingenaantal, het voorziene budget ontoereikend zou zijn.
De scholen beschikken dus over een vastliggend budget dat zij, als ze voldoen aan alle voorwaar-den, volledig kunnen besteden. Wanneer we de leerlingenaantallen op 1 okt 2009 of op 1 februari 2010 zouden in overweging nemen zouden we pas op dat ogenblik deze premie kunnen toekennen. Nu weten de scholen op 1 mei 2009 reeds wat hun maximaal budget is waarvoor ze reeds in september een voorschot van 80% zullen ontvangen.
Daar het hier om een projectoproep gaat , met een experimenteel karakter, is het aangewezen te evalueren op het einde van het schooljaar 2009-2010. Vandaar de datum van 31 maart al uiterste afsluitdatum voor een project. Nadien hebben de scholen 3 maanden de tijd voor het afrekenings-dossier en de verantwoording en kan de administratie evalueren en eventueel bijsturen met het oog op het volgende schooljaar.

4.    De middelen zijn recurrent. De schoolpremie is een experimentele projectoproep en een faculta-tieve subsidie. Na evaluatie kan het beleid steeds beslissen de maatregel en de voorwaarden bij te sturen of te veranderen.