Vlaams spaargeld voor ondernemingen en jobs in Vlaanderen

23 februari 2010
Sven Gatz

Door de financiële en economische crisis geraken ondernemingen vandaag veel moeilijker aan financiering. Dat hindert jobcreatie. Minder kredieten worden toegekend, kredieten worden duurder en er worden meer waarborgen gevraagd. Ook het aantrekken van risicokapitaal verloopt moeizamer.

Nochtans is er kapitaal genoeg aanwezig in ons land, ondanks de crisis. Waar de spaarquote in 2005 gedaald was tot een minimum van 15%, steeg ze in 2009 tot maar liefst 20%.
Het komt er nu op aan Vlaams spaargeld via een fiscale stimulans te kanaliseren naar ondernemingen om zo jobs te creëren. De Vlaamse regering heeft daarvoor de fiscale bevoegdheden en instrumenten. De regering Peeters II moet ze enkel snel uitbreiden.

Open Vld pleit daarom voor:


1.    een tweede ARKimedesfonds

In 2003 zag de ARKimedesregeling het licht. Bedoeling van de regeling was om bij het grote publiek geld op te halen dat vervolgens geïnvesteerd kan worden in de Vlaamse economie, en dan met name in starters en kmo’s die willen groeien. In totaal werd via publieke emissie van aandelen en obligaties in september 2005 110 miljoen euro opgehaald. Dit bedrag werd via erkende investeringsmaatschappijen (zgn. ‘ARKIV’s’) geïnvesteerd in starters en kmo’s. Per euro uit het ARKimedesfonds investeren de ARKIV’s zelf één euro aan private middelen. Op die manier kwam 225 mio € aan risicokapitaal ter beschikking voor ondernemingen in Vlaanderen.

ARKIV’s investeerden in hoogtechnologische en toekomstgerichte sectoren zoals ICT, micro-eletronica, milieu, hernieuwbare energie en gezondheidszorg en creëerden zo 1.500 arbeidsplaatsen. In 2010 zullen de middelen allemaal toegewezen zijn en zal er enkel nog geld ter beschikking zijn voor opvolgingsinvesteringen.

Open Vld stelt voor om een tweede Arkimedesfonds in het leven te roepen via de lancering van een nieuwe emissie bij het grote publiek. Op die wijze kan gemakkelijk 220 mio € vandaag slapend Vlaams kapitaal opgehaald worden en geïnvesteerd worden in ondernemingen in Vlaanderen. Aangevuld met de private inbreng van de ARKIV’s, kan zo meer dan 400 mio € risicokapitaal geïnjecteerd worden in ondernemingen in Vlaanderen.

Werking:

Middelen, fiscaal gestimuleerd, opgehaald bij publiek

ARKimedesfonds

12-tal ARKIV’s

Starters en KMO’s in Vlaanderen



2.    een uitbreiding van de Winwinlening

Sinds 2006 kunnen startende kleine en middelgrote ondernemingen een beroep doen op de Winwinlening. Via de Winwinlening worden particulieren door de Vlaamse overheid fiscaal gestimuleerd om geld ter beschikking te stellen van starters. Wie als vriend, kennis of familielid een lening toekent aan een startend bedrijf krijgt jaarlijks een belastingvoordeel van 2,5% van het geleende bedrag. Men kan zo tot 1.250 euro aan belastingen uitsparen voor elk van de acht jaren dat de lening loopt. Al meer dan 700 ondernemers vonden dankzij de Winwinlening startkapitaal.

De Winwinlening is beperkt tot 50.000 euro in hoofde van de ontvanger. Open Vld stelt voor om dat maximumbedrag op te trekken tot 100.000 euro. Bovendien moet ook een andere grens worden verruimd. Momenteel is het zo dat de kredietnemer niet langer dan drie volledige kalanderjaren ingeschreven mag zijn bij de Kruispuntbank van Ondernemingen. De indieners stellen voor dit te verlengen tot 5 jaar.


3.    een uitbreiding van Waarborgregeling

Met de Waarborgregeling voor kleine en middelgrote ondernemingen stelt de Vlaamse overheid zich borg voor een deel van het krediet dat een onderneming nodig heeft.  Open Vld stelt voor om deze waarborgregeling uit te breiden naar andere mogelijke financieringskanalen voor de KMO’s.

Allereerst moet de Waarborgregeling worden uitgebreid tot de levensverzekeringsmaatschappijen en kredietverzekeraars. Ook zij bieden financiering aan, die evenwel niet onder de waarborgregeling valt.

Daarnaast moet de Waarborgregeling ook worden uitgebreid naar factoring. Factoring houdt in dat ondernemers het beheer en de risico's van hun debiteurenportefeuille overdragen aan gespecialiseerde bedrijven. De factormaatschappij, een financieringsinstelling, verstrekt bovendien op basis van de uitstaande vorderingen op de debiteuren voorschotten aan de onderneming (voorfinanciering).

Voor de onderneming heeft dit als voordeel dat zij bespaart op haar administratie, terwijl verliezen op de debiteuren verleden tijd zijn. Het debiteurenrisico komt bij de factormaatschappij te liggen die daarvoor uiteraard een vergoeding vraagt.

Factormaatschappijen stellen middelen beschikbaar aan de onderneming tot een omvang die tot maximaal 90% oploopt van de debiteurenportefeuille. Banken zijn daartoe niet in staat. De financiering is bovendien ook erg flexibel. De omvang van het door de factormaatschappij te financieren bedrag past zich, in tegenstelling tot traditionele bancaire financiering, eenvoudig aan bij de omvang van het totale debiteurensaldo.

Gezien de voordelen van dit financieringskanaal lijkt het de indieners dan ook nuttig dat de waarborgregeling ook van toepassing wordt op de financieringsovereenkomsten tussen factormaatschappijen en KMO’s.


Sven Gatz, Vlaams fractievoorzitter
Patricia Ceysens, Vlaams Volksvertegenwoordiger