
In het Vlaams parlement, commissie voor Onderwijs en Gelijke Kansen, op donderdag 4 maart 2010 om 14u15 : het verslag leest u hier.
Vraag om uitleg van Sven Gatz aan de heer Pascal Smet, Vlaams Minister van Onderwijs, Jeugd, Gelijke Kansen en Brussel over de tegemoetkoming aan de Brusselse instellingen voor hoger onderwijs.
Vorig jaar hebben de Vlaamse rectoren collectief ingestemd met een aanzienlijke besparingsoperatie n.a.v. de moeilijke begrotingssituatie. Daarbij hebben ze de fundamentele principes gerespecteerd die aan de basis liggen van het financieringsmodel van het hoger onderwijs.
Maar, zoals algemeen geweten, bevinden de Brusselse instellingen van het hoger onderwijs zich in een bijzonder moeilijke financiële situatie n.a.v. de op alle instellingen toegepaste lineaire afhouding in het kader van de opgelegde besparingen.
De Brusselse instellingen zagen zich hierdoor recent verplicht aanzienlijke inspanningen te leveren tot rationalisatie. Door deze eerste inspanningen echter, krijgen de instellingen in de eerste fase te kampen met sterk verhoogde kostenstijging met het oog op het doorvoeren van noodzakelijke structurele besparingen.
Naar ik verneem zijn alle Vlaamse universiteitsinstellingen het erover eens dat de criteria die worden toegepast voor de ondersteuning van de rationalisatiedossiers en voor de afbouw en de afslanking van de opleidingen geen soelaas bieden voor de Brusselse onderwijsinstellingen. Het lijkt dus aangewezen om specifieke steunmaatregelen te nemen voor de Brusselse instellingen. Alle Vlaamse universiteiten zijn het er trouwens over eens dat hiervoor geen parallelle of compenserende maatregelen dienen voorzien voor de andere Vlaamse instellingen van het hoger onderwijs. De compensaties mogen wel niet te koste zijn van de huidige werkingstoelages.
Volgende vragen dringen zich op:
1) Is de Minister bereid een volledige rechtstreekse toekenning van de VLOPHOB-middelen aan de Brusselse instellingen als een additionele financiering en ter compensatie van ontbrekende gemeentelijke of provinciale ondersteuning in Brussel.
2) Is de Minister bereid een recurrente toelage in het leven te roepen ter compensatie van de mobiliteitskost van het personeel van de Brusselse universiteiten. Het is immers zo dat de universiteiten nu zelf voor deze kost instaan, wat zwaar doorweegt op de werkingsmiddelen, daar waar deze kost bij de andere Vlaamse universiteiten via een bijzondere toelage wordt ondersteund.
3) Is de Minister gewonnen voor het voorstel om vanaf 2011 een additionele “Brusselnorm” toe te passen bij de financiering van de Brusselse instellingen van het hoger onderwijs, ter compensatie voor de bijkomende uitgaven die het gevolg zijn van de specifieke Brusselse leefomgeving (prijzen huisvesting, bijkomende nood aan beveiliging, tegemoetkoming aan taalachterstand,…).
|