Initiatief om rampen met diepzee-boorplatformen te vermijden

5 mei 2010
Sven Gatz
Voorstel van resolutie over diplomatieke initiatieven tijdens het EU-voorzitterschap over het vermijden van nieuwe olierampen met olieplatforms in de diepzee

Ingediend door Gwenny De Vroe, Sven Gatz en Mercedes Van Volcem

 

TOELICHTING



Op 20 april zorgden een explosie en een brand op het boorplatform Deepwater Horizon in de Amerikaanse Golf van Mexico voor een milieuramp waarvan de omvang weken later nog niet kan worden ingeschat. Het ongeluk zorgde er voor dat er minstens drie lekken ontstonden in de pijp naar de zeebodem. Het afsluitingsmechanisme op de pijp waar die de zeebodem ingaat, werkt niet. Weken na de explosie was men er nog altijd niet in geslaagd de lekken te dichten.

Elke dag stroomt er 800.000 liter olie in zee. Op 3 mei, veertien dagen na de ontploffing, veroorzaakten deze lekken al een olievlek van de grootte van België. In de media stelden specialisten dat het mogelijks nog weken, zelfs maanden kan duren voor de lekken gedicht zijn. BP maakte op 4 mei bekend dat het olielek pas over drie maanden gedicht kan worden. Daarmee wordt de ramp de grootste, en veel erger dan die met de olietanker Exxon Valdez uit 1989, toen 40 miljoen liter olie in zee stroomde. Van die ramp is de natuur vandaag nog altijd niet hersteld.

De Deepwater Horizon is een modern, drijvend en verplaatsbaar boorplatform uit 2001, dat gespecialiseerd is in het aanboren van nieuwe off shore-oliebronnen op enorme diepten. Eens de bron aangeboord is, wordt het oppompen van de olie overgenomen door andere installaties. Toen de Deepwater Horizon explodeerde, was de bron bijna klaar voor gebruik, zouden de gaten in de zeebodem afgedicht worden met pijpen en zou het boorplatform naar een nieuwe site vertrekken.

Het gat waar het boorplatform de zeebodem in boort ligt zo’n anderhalve kilometer onder het wateroppervlak. De olie zelf zit nog ongeveer vier kilometer diep onder de oceaanbodem. De grote diepte waarop het defecte veiligheidsmechanisme zich bevindt, maakt een herstelling bijzonder moeilijk. De eigenaar van de bron, British Petroleum, probeerde op drie manieren de olieramp te bezweren. BP tracht de veiligheidsklep met behulp van onderwaterrobots te herstellen. Daarnaast tracht BP met de bouw van stalen koepels die over het lek worden geplaatst, de lekkende olie af te zuigen naar olieschepen op het wateroppervlak. En met het boren van een tweede put naar de bron op 4 kilometer diepte, wil BP de eerste bron afsluiten door er beton, cement en modder naar te stuwen. Tegelijk spannen BP en anderen zich met alle middelen in om de olievlek te bestrijden, te controleren en de kusten te beschermen.

De economische en milieuschade zal niettemin enorm zijn. De olievervuiling wordt de grootste milieuramp ooit genoemd. Sommige diersoorten dreigen volkomen uitgeroeid te worden. De wetlands aan de kusten van Louisiana en de monding van de Mississippi zijn voor tal van vogel- en vissoorten de kraamkliniek van Noord-Amerika. Natuurkundigen maken zich grote zorgen om vogelsoorten, vissoorten, schildpaddensoorten en walvissoorten. De schade die de biodiversiteit kan oplopen is op dit ogenblik al gigantisch en tegelijk nog altijd onbecijferbaar.

Specialisten van onafhankelijke onderzoeksinstellingen en van milieu- en natuurorganisaties waarschuwen inmiddels voor nieuwe, gelijkaardige olierampen. Alleen al in de Golf van Mexico bevinden zich naar schatting 3.500 boorplatformen. Ongevallen zoals de milieuramp met de Deepwater Horizon zijn inherent aan het boren op extreme diepte en maken het volgens sommige specialisten onverantwoord steeds dieper en verder te boren op plaatsen zoals de Outer Continental Shelf van de Verenigde Staten.    

Het Vlaams Parlement heeft geen bevoegdheden of middelen om de milieuramp met de Deepwater Horizon ook maar een beetje kleiner te maken. Maar de schaal van de ramp laat niemand onberoerd en stelt de hele wereldgemeenschap voor de verantwoordelijkheid om herhalingen van zo’n catastrofes waar mogelijk te vermijden.

Ons land is vanaf 1 juli voorzitter van de Europese Unie. Milieu is in het federale België een gewestbevoegdheid. De Vlaamse minister van Milieu krijgt tijdens het Belgische EU-voorzitterschap de eer de Europese Raad van ministers voor te zitten. Het zou mooi zijn moest de Vlaamse regering van die gelegenheid gebruik maken om al haar gewicht in de schaal te leggen om de Europese Unie een voortrekkersrol te laten spelen om op wereldvlak tot een strakkere supranationale regelgeving te komen om nieuwe milieucatastrofen ten gevolge van diepzee-boorplatformen te vermijden.   

VOORSTEL VAN RESOLUTIE



Het Vlaams Parlement,


Vaststellende dat de catastrofe met de explosie van het boorplatform Deepwater Horizon voor een milieuramp zonder voorgaande zorgt;

Vaststellende dat ongelukken met boorplatforms op grote diepte onder het wateroppervlak die tot olielekken leiden, technisch en technologisch vandaag uiterst moeilijk snel te herstellen zijn;

Vaststellende dat er duizenden olieboorplatforms op de wereldzeeën actief zijn en dat er steeds meer en steeds dieper onder het wateroppervlak naar olie wordt geboord;

Vaststellende dat het risico op een herhaling van de ramp met de Deepwater Horizon met andere olieboorplatforms omwille van het voorgaande imminent is;

Overwegende dat België vanaf 1 juli voorzitter wordt van de Europese Unie;

Overwegende dat milieu in België een gewestmaterie is en dat is afgesproken dat de Vlaamse minister van Milieu als voorzitter zal optreden van de raad van Milieuministers van de EU;

Overwegende dat de Europese Unie onder meer op het terrein van de opwarming van de aarde en het broeikaseffect getoond heeft een voortrekkersrol te willen opnemen inzake mondiale milieuthema’s;


Vraagt de Vlaamse regering

Als toekomstig voorzitter van de Europese raad van milieuministers diplomatieke initiatieven te nemen met het oog op:

-    het stimuleren van een debat in de EU over de risico’s van nieuwe ongelukken met boorplatforms in de diepzee en de gevolgen voor het milieu en de economie;

-    en het treffen van maatregelen die deze risico’s zoveel als mogelijk beperken