Mijnheer De Voorzitter,
Beste collega's,
Waarom wil een parlementslid dat zegt 'geen verhaal meer te hebben' en 'stilaan uitverteld is' de plenaire vergadering van het parlement nog een keer, bij wijze van afscheid, toespreken? Het klinkt tegenstrijdig. Het antwoord is nochtans simpel. Ik ben altijd heel graag parlementslid geweest.
Het is een mooie 'job' (al is het soms meer een roeping). En het was bovenal een eer. Wij zitten hier niet voor onszelf, we vertegenwoordigen de mensen die ons kozen.
De mooiste job ter wereld? Waarom dan weggaan? Het is een luxeprobleem voor het zondagskind dat ik ben: je hebt de job van je leven en op een dag vind je de tweede job van je leven. En dan ben je weg.
Ik wil hier nog iets kwijt over die eerste mooiste job, in alle bescheidenheid. Hier zitten wel enkele 'bon vivants' die weten hoe bier gemaakt wordt: je hebt vier ingrediënten nodig, water, mout, hop en gist.
Maar weet u welke ingrediënten een goed parlementslid maken? Vrees niets, dit is geen quizvraag voor 'het slimste parlementslid ter wereld'.
Bier: water, mout, hop, gist.
Een volksvertegenwoordiger: het woord, moed, hoop, goesting.
Woorden, het woord.
Er wordt wel eens beweerd dat het parlement maar een praatbarak is. Laat u hierdoor nooit uit het lood slaan. Wie niet gelooft in de kracht van het gesproken woord heeft in een parlement niets te zoeken. Voor bier is dus water nodig, voor een parlementslid is het woord een noodzaak. Maar het volstaat niet.
Moed.
Ik heb het hier niet over moed in de romantische ridderlijke betekenis van het woord. Ik bedoel de moed om een eigen mening te hebben, om als lid van de meerderheid niet per definitie tegen de oppositie te zijn, om als lid van de oppositie niet altijd tegen de meerderheid te zijn, de moed ook om een consensus in de eigen fractie en partij na te streven, maar eveneens de moed om soms tegen de eigen partij in te gaan. En ook de moed om de consensus in een parlement in vraag te durven stellen. Een te sterke 'pensee unique', of die nu op maatschappelijk, economisch of communautair vlak geldt, is een valkuil voor een parlement en voor een samenleving.
Derde ingrediënt: hoop.
De hoop op verandering. Klinkt hoogdravend, maar is het niet. Ik doel hier op onze taak om nieuwe debatten aan te gaan, om nieuwe ideeën te lanceren, om nieuwe grenzen te verleggen. Zeker in deze tijden van stilstand. Dit is niet bedoeld als steriele oppositiepraat. Ik heb het immers over meer dan Vlaams parlement en Vlaamse regering alleen. De politieke impasse op federaal vlak sleurt ons allen neerwaarts mee. Parlementsleden kunnen hier mee het verschil maken.
Laatste ingrediënt: goesting.
Dan heb ik het over creativiteit, gedrevenheid, leven in de brouwerij (ja, ja) en ook over een goed humeur. Dat is wat een volksvertegenwoordiger nodig heeft. Liever te veel goesting dan te weinig. En ik weet het: ik heb hier in dit halfrond wel eens de aap uitgehangen. Maar dit was niet om de Vlaamse regering neer te halen of te verlagen tot mijn niveau, veeleer om de regering naar grotere hoogte te stuwen, opdat zij de top zou bereiken. Wat niet altijd gelukt is.
Ziezo, u kent nu de ingrediënten, zowel voor het bier als voor een parlementslid, maar ik heb nog een laatste opmerking: voor het schuim moet u zelf zorgen.
Collega's of als ik me ter deze gelegenheid iets meer familiair taalgebruik mag veroorloven, mes amis, mes amours, ik groet u, het ga u goed.
Sven Gatz
Een afscheid, van politiek naar bier.
Brussel, 29 juni 2011
|