
Sven Gatz organiseert op dinsdag 17 februari een debatavond over Stad en Rand, meer bepaald over de uitbreiding van de Ring rond Brussel, de uitbouw van het GEN en het hoofdstedelijk metronet, de (gewest)grenzen van mobiliteit en stedenbouw.
Affiche hieronder.
Brussel Deze Week vatte het debat als volgt samen:
Groene Gordel is zegen voor hoofdstad en Vlaamse Rand
Brussel - Steden mogen dan geduld hebben, zoals Brusselaar en Vlaams parlementslid Sven Gatz (Open VLD) het zo mooi formuleert, samenwerking tussen Brussel en de Vlaamse Rand wordt nu echt wel dringend. De eensgezindheid (onder Vlamingen) lijkt groot, een concrete invulling blijft moeilijk
De commissiezaal van het Vlaams parlement liep vorige week dinsdag aardig vol. Op de agenda stond een debatavond 'Brussel & de Rand'. Organisator was Sven Gatz, Brusselaar, stadsmens en Vlaams parlementslid voor Open VLD. Gatz houdt van schrijven en van politieke debatten. Dat is hiermee, voor zover dat nodig was, nog eens aangetoond. In de zaal zaten Nederlandstaligen uit de Rand en Vlaamse Brusselaars, Franstaligen uit de Rand en Europese hoofdstedelingen die de Nederlandse taal machtig zijn. Een divers, heel geïnteresseerd gezelschap. Iedereen wilde een antwoord op de vraag: hoe moet het nu met Brussel en zijn hinterland?
"Wij willen geen Berlijnse Muur rond Brussel," bezwoer Vlaams parlementslid en burgemeester van Zaventem Francis Vermeiren (Open VLD) de zaal. Een duidelijk signaal naar de Brusselaars dat de Vlaamse Rand rond Brussel vragende partij is voor een intensieve samenwerking. Het bedrijfsleven werkt al samen over de gewestgrenzen: met die stelling liep Francis Vermeiren vooruit op de tussenkomst van Jan Van Doren, adjunct-directeur van het kenniscentrum van de Vlaamse werkgeversorganisatie Voka. Maar ook sociaal geograaf Peter Cabus (KU Leuven), die uitdrukkelijk geen politieke uitspraken wou doen, onderstreepte dat het gebrek aan grensoverschrijdende aanpak alleen maar verliezers oplevert.
Net als Francis Vermeiren plaatste Jan Van Doren kanttekeningen bij de lofrede van Herman Baeyens, adviseur regionale ontwikkeling en ruimtelijke ordening, op de Groene Gordel rond Brussel. Buitenlandse voorbeelden – Grüngürtel en greenbelt, Keulen, Frankfurt en Londen – laten zien dat de groene gordel een zegen is in de concurrentie tussen steden. Het is dankzij de groene gordel dat we in Brussel gespaard zijn gebleven van banlieues op z'n Parijs, klonk het. Niet dat de Rand volledig aan de grootstedelijke samenlevingsproblemen ontsnapt; neem als voorbeeld het Zellikse Breughelpark.
Te veel geduld
Op bijeenkomsten als deze is het ondertussen bon ton om te poneren dat de concurrentie van de zeer nabije toekomst niet woedt tussen natiestaten, maar tussen stadsregio's. In een geglobaliseerde wereld is de levenskwaliteit in stedelijke regio's, die ook behoefte hebben aan buitenlandse investeerders, uitermate belangrijk. Dat vindt ook Voka, al moet er wel ruimte zijn voor bedrijven. Ook Vermeiren plaatste er een voetnoot bij: er moet ook ruimte zijn voor nieuwe inwoners, anders worden sociale verdringing en verfransing in de hand gewerkt.
De tussenkomst van Vermeiren maakte duidelijk dat de burgemeester van de luchthavengemeente kritisch staat tegenover het hoofdstedelijk beleid, maar daarom nog niet afkerig tegenover de hoofdstad. Op de stelling van Gatz dat de stad geduldig is, antwoordde Vermeiren zeer scherp: "Vanuit de Rand gezien heeft Brussel soms te veel geduld." Maar samenwerken moet stad en rand verstandiger maken, vond Francis Vermeiren, al wou hij het niet zo ver drijven als Sven Gatz. Die hoopt dat er na de verkiezingen gestructureerd overleg komt tussen de hoofdstad en Vlaams- en Waals-Brabant. Voor Brussel kunnen de minister-president en de viceminister-president er deel van uitmaken, langs Vlaamse kant de minister-president en de provinciegouverneur, al kan dat ook een vakminister zijn, naargelang van het onderwerp.
Francis Vermeiren uitte de vrees dat een overleg dat in die mate geïnstitutionaliseerd is, weinig kans maakt bij de collega's van het Vlaams parlement. Is er dan nog niets gebeurd? Jawel, bevestigde Gatz: de overeenkomst tussen de Brusselse minister van Werk Benoît Cerexhe (CDH) en zijn Vlaamse evenknie Frank Vandenbroucke (SP.A) heeft meer dan zesduizend Brusselaars een baan opgeleverd in de Vlaamse Rand rond Brussel.
Of het voorstel van Sven Gatz vlug werkelijkheid wordt, is zeer de vraag. In tegenstelling tot eentalige staten met eentalige stedelijke regio's wordt de verhouding tussen Brussel en de Vlaamse Rand bemoeilijkt door communautaire tegenstellingen. Dat kun je betreuren, maar de werkelijkheid blijft dat de Vlamingen samenwerking sociaal-economisch invullen, en de Franstaligen communautair.
Ook de institutionele werkelijkheid is weerbarstig. Eén minister voor Brussel en de Rand – zoals vanuit het publiek gevraagd werd – kan alleen als die minister een Vlaming uit Vlaanderen is, maar het is de vraag of de Vlaamse Brusselaars hiermee blij zouden zijn.
Wat met een minimum aan politieke wil wel haalbaar moet zijn, is een ander voorstel van Gatz: één paragraaf in het regeerakkoord van Vlaanderen, Wallonië én Brussel over de aanpak van de hoofdstedelijke communauté urbaine. Dat zou bovendien kunnen rekenen op de sympathie van de werkgevers – die eerder al hun Brussels Metropolitan Region met Brussel, Halle-Vilvoorde en Nijvel voorstelden.
Danny Vileyn © Brussel Deze Week op 1 maart 2009

|