
Geen liefde op bevel
Drie politici over de Vrije Universiteit Brussel en haar plaats in de hoofdstad
Een dertiger, een veertiger en een vijftiger. Elke Roex (sp.a), Sven Gatz (Open Vld) en Luckas Vander Taelen (Groen!), drie Vlaams-Brusselse politici die alle drie een verschillende band hebben met de Vrije Universiteit Brussel. Voor Akademos geven zij graag hun visie over wat een stadsuniversiteit hoort te zijn. Gatz en Vander Taelen zetelen in de oppositie in het Vlaams parlement, Roex in het Brussels parlement.
Het dakrestaurant van de VUB-associatiepartner Erasmushogeschool Brussel in de Zespenningenstraat op een grijze, winterse, doordeweekse ochtend. Keuze van de locatie: zes druk bezette mensen samenbrengen op een onchristelijk vroeg uur. Brussel laat zich in de ochtendvroegte met moeite zien. Roex, Vander Taelen en Gatz weten echter maar al te goed wat voor stad er aan hun voeten ligt.
Een gemakkelijke om te beginnen. Wat is uw band met de Vrije Universiteit Brussel? Hoe bent u er verzeild geraakt?
Elke Roex: "Na mijn studies pedagogie in Leuven heb ik een bijkomende studie bedrijfskunde gevolgd aan de Vrije Universiteit Brussel. Alleen de VUB bood mij de mogelijkheid om werkstudent te zijn en effectief les te volgen. Zelfstudie, een cursus blokken, zonder les volgen, is echt niet mijn ding."
"In de middelbare school heb ik industriële wetenschappen gevolgd in Halle. Ik was begonnen met Latijn-Wiskunde, maar ik wou van het Latijn af. Dus ben ik technisch onderwijs gaan volgen, maar ik ben géén slachtoffer van het veelbesproken watervalsysteem omdat industriële wetenschappen een positieve keuze was . Na de technische ben ik, en dat is eerder uitzonderlijk, onmiddellijk naar de universiteit getrokken."
Luckas Vander Taelen: "Ik heb geschiedenis gestudeerd aan de Vrije Universiteit Brussel en ben er op een bizarre manier aangekomen. Oorspronkelijk kom ik uit Aalst, maar na het middelbaar lonkte de grootstad waar ik absoluut op kot wilde. Toen hoorde ik dat er in het eerste jaar geschiedenis aan de VUB maar 50 studenten ingeschreven waren - ik wou perse studeren in een omgeving waar ik geen nummer was - stond mijn keuze voor de VUB vast.."
Roex (tot Vander Taelen): “Was op kot zitten geen cultuurschok, als je uit Aalst kwam?”
Vander Taelen: "Integendeel, het was zeer spannend. Ik had het geluk dat we met ons kot een zeer hechte groep vormden, zo hecht dat we nu nog altijd contact hebben."
Gatz: "Bij mij is mijn eerste kennismaking met de Vrije Universiteit Brussel totaal anders verlopen, want ik heb hier aan de VUB nooit gestudeerd. Toen ik zestien was heb ik een zaalvoetbalploegje opgericht, maar we vonden toendertijd geen geschikte zaal in Jette of in de directe omgeving. En zo zijn we naar de VUB afgezakt, want hier bood men ons wel een zaal aan. Ik heb daarentegen wel kortbij gestudeerd, maar dan aan de ULB. Een jaar of vijf geleden heeft de VUB mij dan gevraagd om in de raad van bestuur te zetelen, en nu geef ik tot mijn eigen verbazing gastcolleges bij de politieke wetenschappen. "
Heeft u bijzondere herinneringen aan bepaalde professoren?
Vander Taelen: "Ja, aan professor Jan Craeybeckx, bij wie ik ook mijn thesis gemaakt heb, en aan professor Els Witte die ons leerde om te gaan met bronnen. Jonge mensen kunnen zich dat nu allicht niet meer voorstellen, maar in de jaren 1970 en later informatie opzoeken betekende lange namiddagen doorbrengen in stoffige archieven."
Gatz: (roept uit): "La chasse au trésor!"
Vander Taelen: "Inderdaad. Het was zoals een matroeshka, een Russische pop die je steeds maar verder uit elkaar neemt: je begon bij grote, omvangrijke bibliografieën van bibliografieën om uiteindelijk terecht te komen op pagina 27 van een weinig bekend, soms vergeten geschiedenistijdschrift uit 1963 waar je de informatie vond die je zocht (lacht). Ik vraag me echt af hoe die chasse au trésor nu loopt. Even googelen?"
Elke Roex en Sven Gatz, u bent allebei in Brussel opgegroeid. Hoe was dat eigenlijk opgroeien in Brussel?
Gatz: "Dat is pas een bizarre vraag, want je kan uiteindelijk maar in één stad tegelijk opgroeien en je beschikt dus niet over vergelijkingsmateriaal. Voor mij was in de stad opgroeien iets heel normaals, aangenaam ook, al leer je na een tijdje ook wel dat de stad geen sprookje is. Ik heb echter veel vrienden met wie ik opgegroeid ben zien wegtrekken uit Brussel. Gelukkig (tot Vander Taelen) zijn er ook Denderzonen die voor Brussel gekozen hebben. Zelf heb ik nog nooit overwogen om Brussel te verlaten."
Roex: "Ik ook niet, al heb ik de stad wel zien veranderen. Ik ben in Anderlecht, aan de rand van Brussel, opgegroeid en indertijd lag de wijk nog tegen de Pajotse weiden aan. Als kind in een stad met metro opgroeien betekent dat je je als een mol gedraagt. Je leert de stad kennen per metro en omdat je je ondergronds verplaatst ken je van de bovengrond alleen maar de stationsomgevingen. De stad ertussen, die ken je niet of leer je pas veel later kennen. “
"De jaren die ik in Leuven heb doorgebracht waren prettig, maar ik miste de stad heel erg. Want, Leuven, het spijt me zeer, is voor mij geen stad. In Leuven zie je in het weekend in het grootwarenhuis geen gewone mensen, alleen hoogopgeleide mensen."
Vander Taelen: "Leuven is geen stad, punt andere lijn."
Slaagt u er nog in om op een niet-politieke manier naar de stad te kijken?
Gatz: (denkt na) Om eerlijk te zijn: het is zeer moeilijk. Een of twee keer per jaar probeer ik de stad te voet te doorkruisen, en dat zijn precies de wandelingen waarbij je je nog echt kan verwonderen over wat nieuw is. Voorts kijk ik bijna automatisch op een politieke manier naar de stad, zelfs als in buitenlandse steden vertoef ."
Roex: "Maar ook het tegenoverstelde valt voor. Het is me al overkomen dat ik zat weg te dromen bij een pint en ik in mijn hoedanigheid van politica aangeklampt word, terwijl ik toen niet in de politica-modus stond.”
"Anderzijds: Telkens als ik over de Grote Markt loop, overvalt me nog alttijd het 'wauw'-gevoel. Dat net de Grote Markt de meest toeristische plek van de stad is, speelt geen enkele rol. Ik vind het ook leuk om af en toe toerist in eigen stad te spelen, ik koop een boekje en gedraag me net alsof ik in het buitenland met vakantie ben. Maar ook ik moet toegeven : ik doe dat veel te weinig. Wij politici lopen onze stad voorbij zonder het te beseffen, en dat is spijtig."
Het aantal Vlamingen in Brussel daalt, ook zijn er steeds minder Vlaams-Brusselse kinderen, en dat in een periode dat de rekrutering van studenten regionaler wordt. Wat betekent dat met een politieke bril op voor de Vrije Universiteit Brussel?
Gatz: "Het aantal Vlamingen daalt, maar het aantal kinderen daalt niet. Van alle Nederlandstalige universiteiten verwelkomt de VUB het meeste allochtone studenten. Sommigen kijken daar cultuurpessimistisch tegenaan, niet in de etnische betekenis of met een racistische blik, maar uit bezorgdheid voor het niveau. Maar… het is goed dat de allochtone studenten de universiteit bereiken. De Vrije Universiteit Brussel vervult hiermee niet alleen een academische, maar ook een sociale roeping. Aan de andere universiteiten is die trend nog zwakker."
Roex: "De discussies over onderwijs gaan vaak over het lager onderwijs, maar ook de middelbare scholen worden meer en meer multicultureel. Nu komt het er op aan om voor een goede doorstroming vanuit de middelbare scholen naar de universiteit te zorgen."
De allochtone student: een nieuwe uitdaging voor een universiteit in de stad?
Gatz: (filosofisch)"Het is een mooie uitdaging."
Is samenwerken met de ULB dé manier om de stedelijkheid, de stads-heid van de Vrije Universiteit Brussel ten volle waar te maken?
Vander Taelen: "Ook dat is de toekomst. Brussel heeft een sterke universiteit nodig, en ik zou het fantastisch vinden als de VUB, zonder haar eigenheid te verliezen, hiervoor het initiatief zou nemen. Een hechte samenwerking VUB-ULB past ook binnen de evolutie die het land doormaakt. Dat de VUB destijds van de ULB afgescheurd is, is een goede zaak, anders was er allicht geen Nederlandstalige universiteit meer… But the times they are a-changing. ”
Laten we het even hebben over de stedelijkheid van de huidige generatie studenten.
Gatz: "We moeten de stedelijkheid van de studenten niet idealiseren. De stad heeft zijn functie, maar de campus in Etterbeek leert de studenten de stad zich langzaam eigen maken, sommigen slagen daarin, anderen komen tot het besluit dat de stad niets voor hen is. Laten we eerlijk zijn: de open Vlaamse gemeenschap, het jonge bloed, dat we in Brussel nodig hebben, komt grotendeels uit studenten die hier blijven hangen."
Roex: "Ik weet echt niet of het evident is om van op de campus de stap te zetten naar de stad."
Gatz: "Tijdens een wandeling in de Marollen met mijn studenten heb ik gemerkt dat sommigen er al geweest waren, maar anderen trokken grote ogen. Maar ik denk, hoop dat ook diegenen die de stad ontvluchten, zich later die wandeling wel zullen kunnen herinneren. Dan is de stad hen toch op een heel bescheiden manier positief bijgebleven."
Roex: "Een stad moet je leren kennen, maar niet iedereen kan dat op zijn eentje. De cultuurschok is groot, de leuke cafés liggen niet allemaal in dezelfde buurt. De stad laat zich niet makkelijk vatten, is niet overzichtelijk, je moet een mentale poort voorbij. In Brussel zijn de leuke plekken meer verborgen dan in andere steden, ik heb zelfs de indruk dat Brussel zich moeilijker geeft dan Londen, New York of Parijs."
Vander Taelen: "Onderschat het belang van de taal ook niet, je moet het Frans leren decoderen; je moet leren bijvoorbeeld leren wanneer er Frans gebruikt wordt om je als Vlaming te vernederen en wanneer niet. Als de cassière je in de GB in het Frans aanspreekt moet je daar niets kwalijks achter zoeken, want op 100 klanten passeert er misschien één Vlaming. In de post ga je dan weer wel op je strepen staan, natuurlijk."
Brussel is wel steeds minder geliefd in Vlaanderen en dat is slecht nieuws voor Brussel en ook voor de Vrije Universiteit Brussel.
Gatz: "We moeten dat niet fatalistisch ondergaan, maar je kan niemand tegen zijn zin verliefd maken. In het onderwijsverhaal moet de VUB zich echter positioneren. Gent en Leuven willen samen de grootste worden, en de VUB kan hier niet tegenop, maar internationaal kunnen we ons tezamen met de ULB positioneren. De voorwaarde is dat Vlaanderen de mentale en juridische ruimte hiervoor creëert."
Roex: "Een kopie worden van Leuven of Gent heeft inderdaad geen zin, de universiteit afstemmen op de stad, de band met de stad aanhalen, dat kan voor een nieuw elan zorgen."
Vander Taelen: "Eentalige universiteiten hebben geen toekomst. De Franstalige wereld heeft te lang met de illusie geleefd dat Frans een wereldtaal is. Willen we jonge mensen kansen bieden gaan ze minstens ook lessen moeten kunnen volgen in het Engels. Maar er is hoop: 20 jaar geleden was het ondenkbaar dat Vlamingen aan de ULB zouden doceren, vandaag is het werkelijkheid."
Uit het VUB-magazine Akademos (februari-maart 2010)
Brussel Deze Week-journalisten Danny Vileyn en Christophe Degreef |