Dorpsmentaliteit

2 oktober 2009
Sven Gatz

 

De rellen in Molenbeek zijn alweer even voorbij maar zinderen tegelijk nog wat na. Iedereen weet en voelt dat het niet de laatste keer was. De discussie suddert voort. Luckas Vander Taelen schrijft in De Standaard een variatie op de kutmarokkaantjessaga van enkele jaren geleden. Ja, hij slaat nagels met koppen maar tegelijk dreigt hij door veralgemening de polarisatie nog aan te scherpen. Bart Eeckhaut leest dan weer burgemeester Moureaux de levieten door hem op de doodlopende straat van decennia PS-beleid te wijzen.

Natuurlijk moet de samenleving minder discrimineren en meer kansen bieden aan de jongeren op het vlak van onderwijs, ontspanning en werk, maar in het kort bestek van deze column ga ik hierover even niet uitweiden.

Er is namelijk iets wat me aan de allochtone jongeren in de achtergestelde wijken rond de Ribaucourtstraat fascineert. Ze zien er ongelooflijk stedelijk uit, streetwise in the urban jungle, maar tegelijk komen velen van hen heel weinig uit de eigen buurt en zit er onder de leren jekker of de adidastraining vaak niet meer dan een dorpsmentaliteit. Baas in eigen wijk, territoriumdrift, een perpetuum mobile van elkaar versterkend en bevestigend machismo, maar op hun ongemak als ze drie kilometer verderop in een andere buurt terechtkomen. Te weinig contact met andere milieus, een mentale vicieuze cirkel. De stad is open, hun kop is toe.

Lijkt paradoxaal, maar is een deel van het probleem, denk ik.

We zouden een manier moeten vinden om jongeren regelmatig uit hun vertrouwde omgeving te halen en met andere zaken in de stad (en erbuiten) in contact te brengen. Kan toch zo moeilijk niet zijn. Dat is alvast een deel van de oplossing.