
Is Nabil Ben Yadir de Brusselse Spike Lee in wording? De toekomst zal het uitwijzen maar de Molenbeekse self made regisseur heeft met ‘Les Barons’ toch een beetje zijn variant van het in New York spelende ‘Do the right thing’ gemaakt. Ik heb bij wijze van boutade al wel vaker gezegd dat wie wil weten waar Brussel binnen twintig jaar zal staan vandaag maar naar the Big Apple moet kijken. En dat geldt dus ook omgekeerd, de film van Spike Lee is twintig jaar oud en is beslist wat grimmiger dan ‘Les Barons’ van vandaag, maar ze hebben beide iets gemeen: vanuit kikvorsperspectief en vanuit een minderheidspositie in een stad maar vanuit een meerderheidspositie in een wijk schildert een gekleurde regisseur met felle penseeltrekken ‘zijn’ buurt en stad, hard waar het moet en warm waar het kan.
Zo schreef ik een jaar geleden ook mijn ‘Bastaard, het verhaal van een Brusselaar’ (N/F) vanuit de underdogpositie van de Brusselse Vlaming, de Nederlandstalige Brusselaar (in de meerderheid in dit koninkrijk, in de minderheid in de hoofdstad) en net als Nabil Ben Yadir vertrok mijn vertelling in Molenbeek.
Wat ik aan de aanpak van ‘Les Barons’ bovendien bijzonder weet te appreciëren is de humor. De cineast gaat de rauwe kantjes van down town Molenbeek niet uit de weg maar benadert het leven in ‘the hood’ toch vooral met meer dan een knipoog en veel zelfrelativering. Het soort zelfspot dus dat sommige heetgebakerde Maghrebmacho’s wel eens chronisch te kort komen. Worden de Marokkanen in Brussel dan toch een beetje zoals de Joden in New York? Grapje. Wat ik bedoel is dat samenleven in een Grote Stad alleen kan als je een juiste mix vindt tussen opkomen voor je rechten, als individu en als groep en het vermogen om met jezelf te kunnen lachen. La zwanze, noemen we dat in Brussel.
Baron of Bastaard in Brussel? Van hetzelfde laken een broek: theme from great cities.
|