‘Every day I write a book’ zong Elvis Costello.
Zover gaat het voor mij nog niet, maar vandaag stel ik toch maar mooi mijn tiende semiliteraire boreling sedert 2000 voor. Boeken over liberalisme, over cafés en bier, over stedelijk jeugdwerk, over de stad zelf en over mijn stad der steden, Brussel, natuurlijk.
Nummer tien luistert naar de bevallige naam ‘Vitale Steden’, gaat over innovatie in de stad en is het derde product in de Stadslucht Maakt Vrij-reeks, die ik in een prettige samenwerking met Sas Van Rouveroij, Christian Leysen en politicoloog Patrick Stouthuysen aan de gang houd (www.stadsluchtmaaktvrij.be ).
Heeft dat nu wel zin, voor een politicus, om boeken te schrijven? Heeft het überhaupt zin om boeken te schrijven in een overgemediatiseerde samenleving waar de meeste echte bestsellers kook‘boeken’ zijn van BV’s?
Als politicus moet je vertrouwd zijn met het snelle, soms ook erg vluchtige werk. Daarom vraag je wel eens in een parlement een minuut stilte te houden omdat je met recht en reden vindt dat de rechten van de oppositie met de voeten getreden zijn. Doe je dat niet, dan vegen ze de vloer met je aan. Je moet op je strepen staan en een beetje geforceerde actie is dan niet alleen te verantwoorden maar gewoon noodzakelijk.
Als het echter alleen bij dat soort spurtwerk blijft wordt de politiek een mager bestaan. En zo is het schrijven van een boek voor mij een aangenaam tegengewicht waardoor mijn ondermaans bestaan in balans blijft.
En verder, je veux de l’amour, ik wil gelezen worden.
Ik hoor u al naar de boekhandel snellen, goed zo J.
|