
In mijn niet aflatende speurtocht naar sociologische tendensen op micro-, meso- en macroniveau kwam ik deze week weer tot een vrij ophefmakende vaststelling: liberalen dragen hoeden.
Er was al enige tijd de Karel De Gucht-cool, gevolgd door de Guy Vanhengel-gezelligheid en de Rik Daems-tongue in cheek, maar sedert kort is er ook de Borsalino-touch van Willem-Frederik Schiltz, de Soprano-look van Sas Van Rouveroij en nu ook mijn eigen bijdrage aan de Great Gatsby-mythe. Ik had vorig jaar al een hoed maar veel heb ik hem niet gedragen. Hoeden liggen net als bakkebaarden nogal gevoelig ten huize Gatz. Met de aanschaf van een tweede stijlvol hoofddeksel is er nu echter geen weg terug. Gedaan met geven en toegeven.
Is het nu enkel de strenge winterkou of is er meer aan de hand? Ach wat, een liberale man mag stijl hebben en die tonen. Om het met de woorden van Nicolas Cage (Sailor) in Wild at Heart (1990) te zeggen (parafrasering): “Did I ever tell ya that this here hat represents a symbol of my individuality and my belief in personal freedom?” Yeah!
Bij de socialistische vrienden anderzijds, weinig of geen hoeden, maar wel veel designbrillen en Armani-jeans. Te veel voor de zelfverklaarde partij van de Gewone Man/Vrouw, me dunkt. Terwijl iedereen toch al lang weet: sossen halen enkel stemmen als ze lelijk zijn.
Ja ja, als de hemel naar beneden komt hebben we allemaal een blauwe hoed (zoek dit maar eens op in Van Dale)…
|