Boudewijncomplex

29 januari 2010
Sven Gatz

Ik kan Jan Peumans best pruimen. Goed parlementslid, gevoel voor humor, temperament. Maar als parlementsvoorzitter begint zijn eigenzinnigheid door te wegen. Doet rare uitspraken over zijn eigen instelling en de mensen die er zetelen, wijst ongewoon veel parlementaire vragen af en stuurt zijn kat naar de koning. Zegt dat zijn aanwezigheid bij de Koninklijke nieuwjaarstoespraak en dito receptie, voor wat men in zeer vreemd Nederlands ‘De Gestelde Lichamen’ pleegt te noemen, niet in overeenstemming is met zijn republikeinse overtuiging.

Albert II weet best dat een groot deel van die gestelde lichamen dat jaarlijks bij hem op bezoek komt in het diepst van haar gedachten de republikeinse staatsvorm genegen is. Ik denk niet dat hij daar echt mee zit. Wellicht haalt hij zijn schouders eens op. Een republikein meer of minder ten paleize, pfft.

Welk soort republikein is Peumans eigenlijk? Eén zoals ondergetekende die in elk land ter wereld uit principe vindt dat legitieme politieke macht op verkiezing door het volk en niet op toevallige geboorte moet berusten? Of één die om Vlaams-nationalistische redenen een eitje te pellen heeft met ‘den Belziek’? Mijn collega Peter Van Velthoven zei het eergisteren mooi: “Mijnheer Peumans, wat gaat u doen als u uitgenodigd wordt door de koningin van Nederland? Gaat u daar wel op in? Als u dat doet moet u ook ingaan op een uitnodiging van de koning van België.”. Need I say more?

Een parlementsvoorzitter moet zijn politieke overtuigingen (door sommigen ook nogal snel verheven tot ‘geweten’) ondergeschikt maken aan zijn publieke functie. In die functie vertegenwoordigt hij immers niet zichzelf, maar 124 volksvertegenwoordigers en 6 miljoen Vlamingen. Doet hij dat niet dan lijdt hij aan een Boudewijncomplex (wat altijd een beetje hinderlijk is voor een Vlaams-nationalist). Wijlen koning Boudewijn vond ook, ten onrechte, dat zijn geweten voorging op zijn functie als staatshoofd toen hij destijds de democratische gestemde abortuswet niet wilde ondertekenen.

Voorzitter Peumans moet zich ook niet verschuilen achter een federale ambtenaar van Binnenlandse Zaken die het protocol doet naleven. Dat protocol bestaat al sinds jaar en dag. Het stelt dat hoogwaardigheidsbekleders zich niet mogen laten vervangen. Zo mag een minister geen kabinetschef in zijn plaats sturen en de kardinaal laat zich ook niet vertegenwoordigen door een van zijn pastoors, toch?

Wees een man, Jan -laat het besef tot je doordringen dat een rebelse kont niet goed zit in de troon van parlementsvoorzitter- en ga volgend jaar gewoon naar ‘cette baraque d’en face’.