Eén jaar woestijn

9 juli 2010
Sven Gatz

Gisteren gaf ik de visie van mijn fractie op de werking van de Vlaamse regering onder leiding van Kris Peeters, Minister-President, na het eerste politieke jaar. Gedeeltelijk was dat voorspelbaar, the duty of the opposition is immers to oppose. Maar we sloegen toch enkele nagels met koppen ook: immobilisme rond Oosterweel in Antwerpen en de Ring rond Brussel, slap beheer van de Vlaamse begroting en een permanente zweem van zelfvoldaanheid: Vlaanderen vergelijkt zichzelf liever met Wallonië en Brussel dan met de rest van Europa en elk probleem dat we niet kunnen oplossen is de fout van het federale niveau en van ‘de Walen’. Alles na te lezen op www.vlaamsparlement.openvld.be .

Maar wie anderen beoordeelt en evalueert, moet ook de moed hebben om aan zelfkritiek te doen. Bij deze dus.

Voor al wie in de oppositie actief is loert het negativisme om de hoek: onwillekeurig heb je de neiging om bij alles wat de meerderheid doet alleen de minpunten te benadrukken. Dat is inderdaad een permanente zoektocht naar een wankel evenwicht, want te braaf zijn als oppositie is ook geen optie. Als Open Vld hebben we dat proberen op te vangen door o.m. positief mee te werken aan de politieke klemtonen bij de hernieuwing van de beheersovereenkomst met De Lijn, door samen met voorzitter Peumans te werken aan een sterker parlement, door ja te zeggen op de uitnodiging van Kris Peeters om over de partijgrenzen heen aan een deontologisch charter voor politiek fatsoen (de Bourgeois-Muyters-saga) te werken, door in de cultuursector naar alternatieve financiering te zoeken, door bij de hervorming van het hoger onderwijs constructief mee te werken aan een noodzakelijke twee derde meerderheid in ons huis, enz.

Wie zegt dat de mot al in deze meerderheid zit, moet ook zichzelf even op de rooster leggen: kregen wij als liberale oppositie vaste grond onder de voeten? Gedeeltelijk. Konden we punten scoren? Soms. Beeft deze Vlaamse regering voor ons? Neen. Zijn we er al? Evenmin. Maar er is vooruitgang: sommige media lachten ons weg toen we een jaar geleden kritiek hadden op de afschaffing van de jobkorting. We misten volgens velen geloofwaardigheid. Die meewarige houding lijkt grotendeels verdwenen. We worden nog niet aanzien als referentiepunt in het halfrond, maar voor de andere oppositiepartijen geldt dat ook niet en omgekeerd is het, mede door ons geduldig middellange termijnwerk, wel bij de pers doorgedrongen dat de Vlaamse regering momenteel weinig reden heeft om zich op de borst te kloppen. Het kantelmoment is er nog niet, daarvoor duurt de tocht door de woestijn der oppositie nu eenmaal veel langer, maar onze vagevuurjaar is nu voorbij. Na tien jaar regeringsdeelname is onze ontluizingsperiode wat mij betreft achter de rug.

Federaal ziet het er niet naar uit dat wij in een volgende regering zullen zitten. Als die veronderstelling bewaarheid wordt, kunnen we vanaf september een tweede front openen. Dan mag de handrem definitief los. Dat scheelt.

The best is yet to come.