De voorbije vrijdagen en jaren heb ik geprobeerd uw eindeweek op te vrolijken met mijn blog, al mocht u die ook lezen als een column of een cursiefje. Ik zit deze keer met een dilemma: ik moet hem donderdag schrijven want vrijdag ben ik geen parlementslid meer. Dank voor uw begrip.
Hoe wordt een mens eigenlijk politicus? Even terugblikken. Veel heb ik geleerd bij de scouts: je merkt dat je dingen kan organiseren, in beweging krijgen, in groep, dat men blijkbaar naar je luistert op de een of andere manier. Op een dag zeg je ‘laten we ons maar eens aansluiten bij een politieke partij’. Waarom niet? Ook in 1987 was dat al een afweging: er bestond geen perfecte politieke partij die al mijn ideeën perfect weerspiegelde. Toch kwam de Volksunie van Vic Anciaux aardig in de buurt: de belangen van de Brusselse Vlamingen verdedigen, België omvormen van unitair naar federaal, het charisma van Vic en we waren vertrokken. Na enkele jaren op zijn kabinet bracht een jaartje ambtenaarschap bij de Vlaamse Gemeenschapscommissie me ook wat meer inzicht in de thematieken van migratie, integratie, kansarmoedebestrijding en stedelijk beleid.
En dan zit een mens op een blauwe maandag in 1995 plots in het Brussels parlement, vervelt hij de volgende tien jaar van Brusselse Vlaming tot Nederlandstalige Brusselaar tot hoofdstedeling tot Europese stadsmens tout court. En draagt hij iets van al die dingen in laagjes met zich mee.
Er waren ook de pendeljaren in het scharnier tussen twintigste en eenentwintigste eeuw: elke dag over en weer tussen het Vlaams en het Brussels parlement. Vermoeiend maar efficiënt in bepaald opzicht: Brussel in Vlaanderen vertegenwoordigen en Vlaanderen in Brussel. Een handelsreiziger met een missie. Brussel in het Vlaams parlement tastbaar maken, als een stad waar mensen leven. Voorbij het schaakbordsyndroom: de hoofdstad als pasmunt, als struikelblok voor institutionele blokkeringen. Maar dat werk is dus nooit af, zo blijkt.
Verder leverde ik een bescheiden bijdrage aan het liberalisme. Het liberalisme met al zijn adjectieven: links, sociaal, progressief, humanistisch. Bewijzen dat blauw zich niet beperkt tot de middenstand of de loge, niet tegen hen maar samen met hen er een breed verhaal van maken. Iedereen liberaal? De gedachten zijn vrij, de mensen ook.
En de stad. De eeuwige stad. De liefde voor de stad. De stad als probleem. De stad als oplossing. De stad als stad.
Soms werd het allemaal wel wat veel. En dan bracht een pint soelaas. Zou dat in de toekomst ook nog lukken ?
Sven Gatz
1 juli 2011
|