In september 2005 stelt de let Boriss Cilevics in de Raad van Europa het volgende amendement voor op een resolutie over Brusselse ziekenhuizen: “De woorden … door de franstaligen die in Vlaanderen wonen als nationale minderheid te erkennen worden vervangen door de volgende tekst … door het huidige geldend taalregime te vervolledigen door de pertinente bepalingen uit de kaderconventie (op de nationale minderheden)toe te passen om zodoende de best mogelijke medische zorgen te waarborgen voor alle inwoners van het Brussels gewest. Het amendement werd reeds in commissie aangenomen en wordt ook voorgelegd op de algemene vergadering op 7 oktober in Straatsburg. Dit amendement betekent volgens Sven Gatz (VLD) zoveel als een “je vous ai compris” aan het adres van de Vlaamse indieners van een petitie over taalproblemen in Brusselse ziekenhuizen. Europa zal nu iets genuanceerder naar de Belgische taalproblemen kijken en meer begrip tonen voor de Vlaamse zijde van het verhaal.
Op 25 september 2002 stuurden een aantal politici uit Brussel en de Vlaamse rand, onder hen Vlaams parlementslid Sven Gatz (VLD), een petitie naar de Raad van Europa waarin ze aanklagen dat Nederlandstaligen in Brusselse ziekenhuizen niet behoorlijk behandeld worden omwille van taalproblemen. De petitie werd al snel gekoppeld aan Franstalige petities over de rechten van franstaligen in de faciliteitengemeenten en over heel Vlaanderen. Drie jaar later zijn de indieners bijzonder tevreden met het rapport over deze petitie dat voorligt in de Raad van Europa. Sven Gatz : “We zijn driemaal tevreden: vooreerst heeft de Raad van Europa ons gelijk gegeven over de problemen die er effectief zijn in de Brusselse ziekenhuizen. Vervolgens stellen we vast dat de Raad van Europa, na het wat vreemde rapport Nabholz-Haidegger dat als we haar zouden volgen heel België op zijn kop zou zetten, nu het reële institutionele kader van België in al zijn complexiteit en interne evenwichten heeft begrepen. Tot slot is ook de Raad van Europa er geloofwaardiger door geworden door niet langer met grote principes te zwaaien, maar door na te denken over hoe die principes best geval per geval worden geïmplementeerd.” Dit laatste punt is niet onbelangrijk volgens Sven Gatz. De Raad van Europa heeft vooral een moreel gezag. In de jaren ’90 hebben we gezien hoe een aantal FDF-politici, in het bijzonder Georges Clerfayt, zijn gaan lobbyen in de Raad van Europa om via de kaderconventie op de nationale minderheden, op een simplistische manier hun slag thuis te halen m.b.t. de aanhechting van de faciliteitengemeenten bij Brussel. “Naar aanleiding van onze petitie over taalgebruik in Brusselse ziekenhuizen heeft de Raad van Europa en haar rapporteur Cilevics ingezien dat ze die kaderconventie moeten aanwenden om situaties op het terrein te verbeteren en niet om bestaande oplossingen, zoals het complexe Belgische taalevenwicht, onderuit te halen en de problemen zodoende enkel te vergroten”, aldus Gatz. Boriss Cilevics licht bovenstaand argument als volgt toe in zijn rapport van 6 september 2005: “Volgens mij bestaat de kracht van de kaderconventie op de bescherming van nationale minderheden erin dat ze een grote flexibiliteit kan bieden in het voorstellen van oplossingen die beter aansluiten op een gegeven situatie dankzij dialoog tussen de meerderheid en de minderheid, eerder dan dat het formele en strakke regels oplegt die de specifieke situatie van de minderheden in Europa miskennen. Wat de Belgische situatie betreft, meen ik dat de kaderconventie niet noodzakelijk radicale hervormingen van het bestaande evenwicht hoeft op te leggen, die de herziening van het taalcompromis in haar geheel zou teweeg brengen. Ze laat eerder toe om een aantal basisregels toe te passen om zodoende de bestaande regels te vervolledigen en te verbeteren ten voordele van alle betrokken taalgroepen”. “Wat ook het eindresultaat is na de finale stemming op 7 oktober,” stelt Sven Gatz, “de indieners hebben in ieder geval kunnen bereiken dat de taalproblemen in de Brusselse ziekenhuizen niet langer onder de mat kunnen geveegd worden. En dat we via die weg ook nog eens het Belgische taalprobleem in het algemeen in een gunstiger daglicht hebben geplaatst is mooi meegenomen, vooral na de grote scepsis die we ondervonden bij collega’s toen we aan onze lange weg naar Straatsburg begonnen”. Lees hier het volledige dossier |