Gatz wil steunpunt voor Meertalig Onderwijs.

12 december 2005
Sven Gatz

Op maandag 12 december bezochten Françoise Schepmans (MR) en Sven Gatz de Franstalige Van Meyelschool waar op verregaande wijze immersieonderwijs werd ingericht. Zo verloopt 3/4e van de lessen in het 3e kleuterklas er in het Nederlands. Geleidelijk aan vermindert dit aandeel tot 1/4 Nederlandstalige lessen in het 5e en 6e studiejaar. De eerste kinderen die hier mee begonnen bevinden zich momenteel in het 3e studiejaar en de resultaten zijn zeer bevredigend, zowel voor het Nederlands als voor het Frans.

Sven Gatz beseft dat de onderwijssituatie in de meeste Brusselse Nederlandstalige scholen niet geschikt is voor dergelijke verregaande projecten. Dat moet wel mogelijk zijn in Vlaanderen en het wordt hoog tijd dat de terughoudendheid ten opzichte van een Meertalig onderwijs in Vlaanderen verdwijnt. Scholen die in dit verhaal willen meegaan, moeten daar de mogelijkheid toe krijgen en vooral ook de nodige ondersteuning. Sven Gatz pleit dan ook voor de oprichting van een Steunpunt voor Meertalig onderwijs. De tijd van experimenteren is voorbij.

Lees hier de voorstellen van Françoise Schepmans: D'une politique de la langue en faveur de multilinguisme.

VAN TAALBELEID NAAR MEERTALIGHEID

Hoewel de discussie over meertalig onderwijs niet nieuw is, is het wel duidelijk dat er de laatste jaren een stroomversnelling merkbaar is. Internationale ontwikkelingen op economisch (de economie globaliseert) en op cultureel (groter bewustzijn over ander talen en culturen) vlak zijn daar uiteraard niet vreemd aan. Wie meer talen spreekt heeft meer kansen in het leven. De kennis van een taal is immers vaak de sleutel die de deur naar een andere gemeenschap opent. De Europese Unie stimuleert in die zin ook dat iedere Europeaan naast zijn/haar moedertaal nog minstens twee andere talen zou kennen.

Vandaar ook het bezoek vandaag samen met Françoise Schepmans aan het immersieonderwijs van de Franstalige Van Meyelschool in Sint-Lambrechts-Woluwe. Als liberalen willen wij immers dat mensen meer kansen krijgen, dat ze die grijpen, dat ze zich kunnen ontplooien en op die manier vooruit kunnen in het leven.

Enkele algemene bedenkingen om het debat te kaderen:

- het is er mij niet om te doen om te bewijzen dat meertalig onderwijs beter is dan eentalig onderwijs; ik denk wel dat meertalig onderwijs betere antwoorden biedt op de huidige maatschappelijke evoluties

- we maken best een onderscheid tussen meer “talig” onderwijs, meertaligheid in het onderwijs en meertalig onderwijs; het eerste slaat op het zich bewust zijn van verschillende talen en er positief mee omgaan, het tweede heeft betrekking op het stimuleren van de kennis van meerdere talen op school en het derde gaat simpelweg over onderwijs in een of meer vreemde talen. Daarover straks meer.

Concreet wil ik in elk geval de taalvaardigheid van alle leerlingen gevoelig verbeteren en op een integrale manier benaderen. Hoe wil ik dat aanpakken?

Het lijkt me goed dat we taalvaardigheidsonderwijs op een schaal van 1 tot 5 differentiëren, waarbij 1 de minst en 5 de meest verregaande vorm inhoudt.

1 Taalbeleid passief: de school is zich bewust van de aanwezigheid van verschillende talen op school en voert daarom een taalbeleid

2 Taalbeleid actief: de school geeft taalinitiatie vanaf de kleuterklas, biedt bijvoorbeeld taallessen aan de ouders aan, organiseert bijvoorbeeld een taalbad tijdens de vakantie of na de schooluren

3 Herhaling: de school richt binnen het gewone curriculum herhalingslessen in in een andere taal

4 Gedeeltelijke immersie: de school geeft enkele vakken in een andere taal met als variant onderwijs in eigen taal en cultuur

5 Volledige immersie: de meerderheid van de vakken op school worden in een andere taal gegeven met als variant bicultureel onderwijs .

Het spreekt voor zich dat voor de laatste twee scenario’s de aanwezigheid van native speakers in de klas een absolute must is. Samenwerkingsakkoorden tussen de Vlaamse en Franse Gemeenschap dringen zich op. Het is belangrijk dat de scholen autonoom uit deze scenario’s kunnen kiezen en dat ze voor elk scenario een degelijke pedagogische ondersteuning kunnen krijgen. De tijd van de experimenten is immers stilaan voorbij.

Opgelet: een goede kennis van het Nederlands en een betere meertaligheid moeten hand in hand gaan. Het is dus niet de bedoeling dat het ene het andere verdringt.

Een laatste opmerking: deze voorstellen en dit kader zijn vooral bedoeld voor de scholen in Vlaanderen. Voor de Nederlandstalige scholen in Brussel moeten we gelet op de specifieke samenstelling van de schoolbevolking (klassen met 40 tot 100% anderstalige leerlingen) voorzichtiger te werk gaan: de verwerving van een goede kennis van het Nederlands blijft er primordiaal.

Sven Gatz

12 december 2006