Pleidooi voor een liberaal Europa

20 januari 2006
Sven Gatz

Pleidooi voor een liberaal Europa

‘Wat me niet dood, dat maakt me sterker’. Deze woorden van Nietsche zijn voor mij, vandaag, treffend aangaande de Europese Unie. Ondanks de diepe crisis ten gevolge van het Franse ‘non’ en het Nederlandse ‘nee’ is het Europese project niet dood en ligt het niet op sterven.

Integendeel, de huidige politieke crisis waarin de Unie zich bevindt, dwingt de regeringen van de diverse lidstaten zich bezig te houden met hun burgers. De huidige situatie kan een ‘momentum’ betekenen om een debat aan te gaan over de bestemming van Europa, over de finalité. Dit essentieel debat werd steeds angstvallig vermeden. Ten onrechte.

Liberalen dienen het voortouw te nemen in deze discussie. De Europese gedachte is immers een manifest liberale idee vanwege haar opzet om boven de grenzen van de 19de eeuwse natiestaten heen te werken aan een ruimte waarin vrede wordt gekoppeld aan de vrijheid en vooruitgang van éénieder. De uniciteit van het Europese project betreft het gegeven dat ze de traditionele natiestaat ondergeschikt wil maken aan het belang van de Europese burger. De ontegensprekelijk liberale idee van de Europese constructie ligt begrepen in het streven naar de creatie van een kader waarbinnen ieder individu de maximale mogelijkheid heeft zelf invulling te geven aan zijn/haar levenslot. De Europese identiteit is niet gestoeld op een gemeenschappelijke taal, religie of cultuur, maar op een liberale gedachte, met name de vrijwillige, gemeenschappelijke erkenning van enkele fundamentele grondrechten, zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat en de gelijkwaardigheid van alle mensen.

De Brit Mark Leonard stelt in zijn enthousiasmerend boek ‘Waarom Europa de 21ste eeuw zal domineren’ terecht dat de redenen voor een Europees project nog altijd even belangrijk zijn: het brengen van vrede, welvaart en democratie en het laten horen van een stem in een wereld van opkomende grootmachten India en China.

De Nederlander Rob De Wijk poneert in zijn magistrale boek ‘Supermacht Europa’ dat indien Europeanen hun welvaart en welzijn willen behouden, zij een antwoord dienen te vinden op de opkomst van Azië en de mondiale veiligheidsrisico’s, zoals het internationale terrorisme en crises met wereldwijde effecten. Individuele lidstaten zijn te zwak om deze grote uitdagingen aan te kunnen. Deze realiteit schreeuwt om initiatieven van het meest belovende politieke experiment uit de wereldgeschiedenis, met name de EU.

Het beste antwoord op deze nieuwe wereld betreft mijn inziens Europa, evenwel een ander Europa, een liberaal Europa.

Guy Verhofstadt benadrukt in zijn nieuwste pennenvrucht ‘De Verenigde Staten van Europa’ terecht de noodzaak om Europa om te vormen tot een allesomvattend, coherent politiek project dat in staat is een antwoord te bieden op de vele, nieuwe uitdagingen die zich aandienen.

Een nieuw Europa kan niet zonder een duidelijk afgebakend bevoegdheidspakket. Een debat aangaande de kerntaken van de Unie is onontbeerlijk voor een nieuw Europa.

Subsidiariteit is het sleutelbegrip in dit debat. Dit principe is de facto steeds dode letter gebleven. De Unie intervenieert op sommige domeinen te veel. Europa hoeft zich niet te moeien met sport, cultuur, gezondheidszorg, sociale zekerheid, onderwijs, belastingen, ruimtelijke ordening, het beheer van overheidsdiensten of het justitieapparaat. De kerntaken van de Unie betreffen mijn inziens: de interne markt, asiel en migratie, een veiligheids, buitenlands –en defensiebeleid, de gemeenschappelijke handelspolitiek, de douane-unie en het monetair beleid. Bovendien moet gesleuteld worden aan het huidige concept van exclusieve bevoegdheden van de Unie, gedeelde bevoegdheden en ondersteunende bevoegdheden. We moeten opteren voor of de exclusieve bevoegdheid van Brussel of dat het door de lidstaten in Brussel wordt gecoördineerd. Dit verschaft meer transparantie. Door het grijze middenveld zoveel mogelijk op te kuisen kan ook het aantal Europese regels worden beperkt. Regels die de burger niet begrijpt, zijn een instrument in de handen van sceptici die het hele Europese project naar de schroothoop willen brengen.

Europa moet resoluut kiezen voor een verdere integratie op een aantal nauwkeurig omschreven gebieden en tegen een Unie als loutere vrijhandelszone.

Gelet op de confrontatie met de globalisering en de vergrijzing binnen de Unie, vormt de interne markt een sleuteldomein voor de Europese burger. Betere economische integratie is noodzakelijk om de noodlijdende economieën een nieuwe dynamiek te geven. De Europese markt dient zo open mogelijk gemaakt te worden door het verwijderen van bestaande barrières. Het voorbeeld bij uitstek is de dienstensector. De vrijmaking van die diensten, die 70% van de economische activiteit uitmaken, zal voor meer keuzevrijheid, meer concurrentie, meer banen en meer economische groei zorgen. Ook de creatie van een ééngemaakte financiële ruimte dringt zich op, teneinde de vrijheid van kapitaal en bijhorende financiële dienstverlening optimaal te bewerkstelligen. Er moet gestreefd worden naar een heuse Europese kapitaalmarkt, hetgeen onmiskenbaar sterke economische stimuli zal genereren. Uiteraard rust er een grote verantwoordelijkheid op de lidstaten zelf hun fiscaal, economisch en arbeidsmarktbeleid aan te passen aan de uitdagingen van deze nieuwe eeuw.

Liberalen moeten niet alleen voorstander zijn van een vrij verkeer van goederen, diensten en kapitaal, maar ook van personen. Om principiële redenen dient de migratiestop die werd ingevoerd in de jaren ’70 opgeheven te worden. De vrijheid van beweging vormt een fundamenteel liberaal beginsel. Kunnen gaan en staan waar je wil, zou een basisrecht moeten zijn. Als het dat niet is, houdt het de verschrikkelijke verplichting in om altijd in hetzelfde land te blijven. Iemand verplichten om in zijn eigen gemeente te blijven, zou op een storm van protest worden onthaald, waarom dan iemand verplichten om in zijn land te blijven? Het openstellen van onze grenzen is bovendien ook een economische noodzaak, gelet op de dalende geboortecijfers en een verouderende bevolking. Om de verhouding tussen actieven en gepensioneerde burgers stabiel te houden heeft de Unie jaarlijks 13,5 miljoen migranten nodig. Zij vertegenwoordigen mankracht en verzekeren een hogere consumptie. Daarbij zullen ze ook zorgen voor een permanente maatschappelijke dynamiek en een voortdurende vernieuwing op economisch, cultureel en wetenschappelijk vlak. In geen geval mag de immigratie uitsluitend bestaan uit voor Europa economisch nuttige personen, vermits dit een naïef geloof in de mogelijkheden van economische planning zou veronderstellen en afbreuk zou doen aan het liberale fundament van individuele gelijkwaardigheid. Migratie biedt eveneens een hefboom tot de bevordering van de ontwikkeling in ontwikkelingslanden. Cijfers omtrent internationale migratie tonen aan dat emigranten een wezenlijke bijdrage kunnen leveren aan hun land van herkomst. Zo maken immigranten uit ontwikkelingslanden jaarlijks ongeveer 65 miljard dollar over naar huis. Maar dit is alleen het geld dat de officiële bankkanalen passeert. Wanneer er rekening wordt gehouden met het geld dat wordt meegebracht of onofficieel wordt overgemaakt, komt het jaarlijks totaalbedrag ruim boven de 100 miljard dollar uit. Een open, gecontroleerde migratie kan via ‘remittances’ bijdragen tot de ontwikkeling van ontwikkelingslanden. Er dient een einde gemaakt te worden aan de diverse, staatsgebonden, strakke immigratiewetgevingen van de EU-landen. Ook de asielproblematiek vereist een Europese aanpak. Om te vermijden dat uitgeprocedeerden toch hun kansen steeds in een ander land wagen, zou het goed zijn dat er één Europese migratiepolitiek en één grote Europese migratiedienst komt.

De EU dient ook haar buitenmuren te slopen op het vlak van producten. Het Europese landbouwbeleid, gekenmerkt door invoerheffingen en productie –en exportsubsidies, is een regelrechte schande. Hierdoor doet de EU al haar inspanningen op het gebied van ontwikkelingshulp teniet, want de schade van dit systeem overtreft ruimschoots de ontwikkelingshulp. Het landbouwbeleid is regressief, want 50% van het geld gaat aan de 17% grootste boeren, het is verkwistend, want het neem nog steeds bijna de helft van het EU-budget in beslag, het is belastend voor het milieu, want het bevordert intensifiëring van de landbouwproductie, en het is bovenal schadelijk voor ontwikkelingslanden, aangezien het hen grote afzetmarkten ontzegt en de competitiviteit van hun boeren ondermijnt door het dumpen van gesubsidieerde export.

Het gemeenschappelijk landbouwbeleid kost de ontwikkelingslanden jaarlijks een welvaartsverlies van ongeveer 40 miljard dollar. Liberale handel met de EU zou miljoenen mensen uit de armoede kunnen liften. Als Europese burgers zijn wij mede verantwoordelijk voor het schandelijke beleid, het zijn immers wij, Europese belastingsbetalers, die het geschetste nefaste beleid financieren. Als excuus voor het instandhouden van dit protectionisme, hoort men vaak alarmerende berichten dat de EU omwille van strategische redenen toch wel haar eigen voedsel moet produceren. Toch blijft het beste middel tot risicospreiding de diversificatie door internationale handel. De EU moet dan ook het voortouw nemen binnen de rijke landen door haar nefast landbouwbeleid af te schaffen. Als dat niet kan binnen een multilateraal kader, dan moet dit unilateraal gebeuren. Protectionisme beperkt zich echter niet tot het landbouwbeleid. Ook op andere domeinen blijven importtarieven bestaan, of wordt ermee gedreigd deze in te voeren. Zij zijn echter een schoolvoorbeeld van bedrog van de consument. Ze geven een machtspositie aan bedrijven, zodat zijn niet-marktconforme prijzen kunnen opleggen. Productiesteun en exportsubsidies houden onrendabele bedrijven en bedrijfstakken kunstmatig in stand. De consument betaalt het gelag in de vorm van hogere prijzen, hogere belastingen en een beperkter aanbod.

Het verhaal van het Europese landbouwbeleid toont de noodzaak aan tot de modernisering van de Europese begroting. Het is niet langer aanvaardbaar dat 45% van het budget gaat naar 5% van de Europese bevolking. Het behoeft in dit kader ook opmerking dat uitzonderingsprincipes op financieel vlak niet langer aanvaardbaar zijn.

Een ander belangrijk aspect betreft de plaats van Europa in een wereld waarin noch terrorisme, noch criminaliteit zich stoort aan grenzen. Teneinde het mogelijk te maken elk individu van een maximale vrijheid te laten genieten is het dan ook noodzakelijk deze problemen grensoverschrijdend aan te pakken. Mijn inziens is Europa een politieke dwerg omdat een geloofwaardig gemeenschappelijk buitenlands, veiligheids –en defensiebeleid tot nu toe niet van de grond is gekomen. Het gevolg bestaat erin dat de Unie zich in de wereld niet strategisch kan positioneren en dat gaat ten koste van de Europese burger. Er zijn immers, naast directe, ook indirecte risico’s als gevolg van het internationaal terrorisme, zoals de stagnatie van de wereldeconomie als gevolg van aanhoudende aanslagen op de olie-industrie die aan de explosie van de olieprijs heeft bijgedragen. Dit, en de noodzaak van terrorismebestrijding in de lidstaten van de Unie zelf, vereisen een gezamenlijk Europees antwoord. Ook inzake de energiepolitiek staat de Unie langs de kant toe te kijken. Omdat de Unie geen eenheid is, kan het met dit machtsvraagstuk niet omgaan en kan de toegang tot energie niet worden veiliggesteld. De sleutel is het uitbouwen van een gezamenlijk buitenlands, veiligheids –en defensiebeleid.

Bovendien kan Europa niet langer enkel binnen haar eigen grenzen streven naar de creatie van een ruimte van individuele vrijheid en de ogen sluiten voor de problemen van individuen in andere landen. Wil Europa echt vrede en democratie bevorderen in de wereld, dan dient het naast het aanwenden van haar diplomatieke vaardigheden, resoluut te opteren voor een geïntegreerd Europees defensiebeleid, met andere woorden voor een gezamenlijk Europees leger. Het vergroten van de individuele vrijheid dient het richtinggevende idee te zijn van dit nieuwe geïntegreerde beleidsdomein.

Het verbreden van de ruimte waarbinnen individuen zelf invulling kunnen geven aan zijn/haar levenslot, vormt ook het uitgangspunt in mijn overtuiging aangaande de uitbreiding van de Unie. Ik ben een grote voorstander van de uitbreiding van de Unie, ook met betrekking tot Turkije. De criteria voor toetreding zijn, zoals vermeld, begrepen in de Kopenhagen-beginselen. Een kandidaat-lidstaat moet een democratische rechtstaat zijn, moet over een functionerende markteconomie beschikken en dient het ‘acquis communautaire’ in zijn wetgeving te implementeren. Bovendien, zo is voorzien, moet een kandidaat-lidstaat een ‘Europees’ land zijn. Indien Turkije aan deze voorwaarden voldoet, moet Turkije opgenomen worden in de Europese Unie. Het argument dat Turkije geen ‘Europees’ land is, snijdt geen hout. Het stuk van Turkije op het zogenaamd geografisch afgebakende Europa telt immers meer inwoners dan België, Denemarken of Finland. Religie maakt geen deel uit van de Kopenhagen-beginselen. Toch wordt voortdurend geschermd met religie als de opportuniteit van de Turkse toetreding ter sprake komt. Deze verwijzing is onterecht, want niet conform met de Kopenhagen-beginselen, en bovenal onaanvaardbaar vanuit een liberale visie. Het Europees project is een politiek project, wars van religie. De Europese Unie steunt op een manifest liberaal idee, met name een idee van landen om zich vrijwillig te onderwerpen aan een aantal fundamentele principes zoals de vrijheid van meningsuiting, de scheiding van kerk en staat en de gelijkwaardigheid van alle mensen en van man en vrouw in het bijzonder. Vanuit deze humanistische visie, en mits aan de Kopenhagen-beginselen wordt voldaan, is een afwijzing van Turkije totaal onhoudbaar. Voor elke rechtgeaarde liberaal kan religie geen basis vormen voor het Europa van de toekomst. Alleen een ‘universele seculiere moraal’, zoals geopperd door de filosoof Paul Cliteur, kan dat. Europa is dat deel van de wereld waar men waarden als de scheiding van kerk en staat, de vrijheid van meningsuiting en de gelijkwaardigheid van man en vrouw naleeft en voorstaat. Als Turkije dit waardenpad bewandelt en beantwoordt aan de Kopenhagen-criteria, is er geen enkele reden waarom het land niet zou kunnen toetreden tot de Europese Unie.

Het zou uitermate dom zijn dat we deur zouden sluiten voor kandidaat-lidstaten en hen daarmede elk perspectief zouden ontnemen. Juist het gebrek aan elk perspectief drijft mensen in de handen van fanatici en extremisten die hun bedenkelijke denkbeelden willen opleggen aan de rest van de wereld.

Rob De Wijk stelt in zijn voornoemd boek terecht dat de Unie een uniek project is dat veel weg heeft van Immanuel’s Kant voorspellingen in ‘Zum ewigen Frieden’ uit 1795. Kant voorzag dat het recht ervoor zorgde dat landen zich democratisch zouden kunnen ontwikkelen en dat onderlinge verhoudingen tussen landen de betrekkingen tussen landen zou reguleren. Hierdoor zouden de democratieën een vreedzame zone gaan vormen, een zich uitbreidende ‘vreedzame Unie’. Door de aanvaarding van het ‘acquis communautaire’ van de Unie, het geheel van wetten van Europa, zullen de nieuwe lidstaten zich langzaam transformeren en onderdeel worden van Kant’s ‘vreedzame Unie’.

Naast deze uitbreiding, dient ook de absolute noodzaak van verdieping plaats te vinden. Het democratische tekort binnen Europa is niet langer aanvaardbaar, maar bovenal onwerkbaar. Er moet een echte Europese regering komen, die de uitvoerende macht bezit. De wetgevende macht dient bij het parlement te liggen, dat uit twee kamers bestaat, het Europees Parlement (vertegenwoordigers van de bevolking van de lidstaten) en de Raad (vertegenwoordigers van de regeringen van de lidstaten). Het Europees Parlement moet omtrent alle Europese bevoegdheidsdomeinen volwaardig kunnen beslissen en dient de gehele Commissie naar huis te kunnen sturen. Verder is het fundamenteel dat de meerderheidsbeslissing op alle Europese bevoegdheidsterreinen ingang vindt en dat het verlammende vetorecht opgeheven wordt. Ook dient de piste van Europese politieke partijen bewandeld te worden. Deze institutionele stappen zijn allen essentieel en onontbeerlijk voor een waarlijk democratisch en slagvaardig Europa.

Een nieuwe wereldrealiteit vereist nieuwe initiatieven. Het antwoord op de globalisering ligt niet begrepen in minder Europa, maar een ander Europa, een open en vrij Europa, een liberaal Europa.

Mathias De Clercq

De auteur is kernlid van Liberales