 Of het nu Afrikaanse bootvluchtelingen zijn die stranden op de kusten van Sicilië, vertwijfelde kerkasielzoekers in Antwerpen of Oost-Europese invullers van Westerse knelpuntberoepen, het begint ons stilaan te dagen: migratie dringt steeds meer ons dagelijks leven binnen en het ziet er niet naar uit dat dit snel zal verdwijnen. Niets doen is geen optie. Hieronder tien richtlijnen, tien managementregels voor de multiculturele maatschappij zo u wil, die hierop een antwoord willen bieden.
1 Doorprik de illusie van de migratiestop.
Sedert 1974 kent ons land een zogenaamde migratiestop, maar door gezinshereniging zijn er sindsdien wel tienduizenden nieuwe migranten binnen gekomen. Er is in de feiten dus geen reële migratiestop, het is een virtueel gegeven, een vorm van collectief zelfbedrog. Tegelijk is het een politiek angstconcept waarop extreem rechts al jaren gedijt. Weg ermee. Voer een immigratiebeleid met duidelijke regels.
2 Halveer de migratie via gezinshereniging.
Gezinshereniging is een recht, maar geen absoluut recht. Het moet aan strengere regels onderworpen worden. Onder meer de zekerheid dat wie familie wil laten overkomen borg staat voor hun levensonderhoud moet strikter afgedwongen worden. Zoniet is gezinshereniging de kortste weg naar het OCMW en daar bewijzen we niemand een dienst mee. Laten we dat “progressief” taboe ook maar doorprikken.
3 Creëer de mogelijkheid van economische migratie.
Onze actieve welvaartsstaat staat onder druk. Knelpuntberoepen nemen toe. We hebben nieuwe mensen nodig om onze welvaart te behouden en te verzekeren, ook in het belang van de betaalbaarheid van onze sociale zekerheid, voor iedereen. Die migratie kan soms tijdelijk zijn maar zal veelal voor onbepaalde duur zijn, nu eens voor hoogopgeleiden dan weer minder. Voor alle duidelijkheid: dit is dus een economisch verhaal met humanitaire aspecten, niet omgekeerd. In Canada is het trouwens niet anders.
4 Hou rekening met de vergrijzing.
Onze Europese samenleving, overigens veel meer in Vlaanderen dan in Brussel en Wallonië, vergrijst. In 2010 gaan er zelfs twee maal zoveel mensen met pensioen als er in datzelfde jaar afstuderen en op de arbeidsmarkt komen. Migratie lost het vergrijzingsprobleem niet op maar kan het wel verzachten.
5 Wees duidelijk over de sociale zekerheid.
Economische immigratie betekent dat nieuwe migranten eigenlijk virtueel al een job op zak hebben nog voor ze bij ons aankomen. Zij krijgen een kans op een nieuw en wellicht beter bestaan. Het is aangewezen dat nieuwe economische migranten eerst een aantal jaren hier moeten werken voor ze beroep kunnen doen op de sociale zekerheid. De ziekteverzekering behoort tot de mogelijkheden maar een arbeidsvervangende uitkering zoals de werkloosheidsvergoeding kan pas na een aantal jaren actief gewerkt te hebben. Harde regel? Misschien, maar als het vooraf geweten is, is dat billijk genoeg. Australië en de Verenigde Staten bewijzen dat het kan werken.
6 Aan het recht op asiel verandert niets.
Het recht op politiek asiel wordt geregeld door internationale afspraken, met name het verdrag van Genève. Het recht op economisch asiel bestaat niet. Enkel wie in eigen land politiek vervolgd wordt en om die redenen moet vrezen voor zijn leven komt in aanmerking. De huidige kerkasielacties veranderen daaraan niets, meer nog: zij dreigen het eigenlijke recht op politiek asiel uit te hollen. Anderzijds moeten wij een antwoord proberen te formuleren op het economische migratie.
Een toekomstgericht immigratiebeleid heeft dus drie fundamenten: asiel, gezinshereniging én economische migratie. Dit neemt niet weg dat wij ons er bewust van moeten zijn dat zelfs bij een performant en stringent migratiebeleid er altijd illegale migratie zal zijn. Om de legale migratie te beschermen moet de illegale migratie blijvend bestreden worden.
7 Werk met driejarenplannen inzake migratie.
De overheid moet pakweg om de drie jaar telkens opnieuw inschatten, met quota, hoeveel nieuwe migranten ons land nodig heeft en aankan. Migratie organiseren is niet eenvoudig, maar het kan en moet beslist beter gestructureerd en systematischer dan we de laatste dertig jaar gedaan hebben. Echte immigratielanden functioneren zo. Europa, België en Vlaanderen incluis, is nog geen immigratiecontinent maar we evolueren nillens willens wel in die richting.
8 Zorg voor een maatschappelijk draagvlak.
Dit is beslist een van de moeilijkste onderdelen. Nochtans bewijst de Canadese provincie Québec dat het kan: om de zoveel jaar wordt het migratieplan er in het parlement besproken met de uitdrukkelijke mogelijkheid voor sociale partners, de rest van het middenveld en elke individuele burger om zijn/haar opmerkingen, kritiek en bezwaren te uiten. Na een dergelijk open en democratisch debat is het draagvlak zeker versterkt.
Een noodzakelijk sluitstuk van een migratiebeleid is uiteraard ook een inburgeringsbeleid waarbij de nieuwkomers zich onze taal, normen en waarden eigen maken.
9 Doe hier iets mee als Vlaamse overheid.
Dit is uiteraard een internationaal verhaal. Een Europees verhaal ook, met een Groenboek van de Europese Commissie, met noodzakelijke afspraken tussen de lidstaten (die vooralsnog helaas uitblijven). We kunnen dus wachten op Europa maar dit zal veel geduld vergen. Vlaanderen kan pro-actief optreden. Het beleid ter zake van een relatief kleine Franstalige provincie als Québec in een grote Angelsaksische “oceaan” op het Noord-Amerikaanse continent bewijst dat dit kan. Vlaanderen heeft een open arbeidsmarkt, een eigen economisch beleid en dat vraagt om een daarop afgestemde economische migratie.
Onlangs bewezen Groot-Brittannië, Ierland en Zweden toch ook dat hun economie zeer wel vaart bij het openstellen van hun grenzen voor burgers van de nieuwe Oost-Europese landen?
10 Een staatssecretaris voor migratie is geen overbodige luxe.
Hoewel we de discussie over al het bovenstaande stukje bij beetje moeten beginnen voeren, is het wellicht wachten op eventuele concrete maatregelen bij een volgende federale en/of Vlaamse regering. Op dat moment is het niet zo’n gek idee om dit hele vraagstuk toe te vertrouwen aan een aparte staatssecretaris. Niet dat bijvoorbeeld een Premier of een minister van binnen- of buitenlandse zaken dit niet zou kunnen bemeesteren, maar het hele migratiedossier zal nog zo’n omvang aannemen dat het best is dat er een duidelijke politieke verantwoordelijke voor zou komen.
Wij zijn koele minnaars van de multiculturele samenleving. Voor ons is multiculturaliteit geen punt van geloof, geen ideologie, maar eerder een realiteit die je met de goede én de slechte aspecten ervan zo goed mogelijk in banen moet proberen te leiden. Dit tienpuntenplan mag dan eerder zakelijk overkomen, het is misschien niet slecht om de hele thematiek ook stilaan eens wat zakelijker te benaderen.
Sven Gatz en Herman Schueremans
Vlaamse volksvertegenwoordigers
VLD
|