Op het VLD-congres van maart jongstleden namen de liberalen duidelijk positie in t.o.v. het wonen in de steden met de piste van de stadskorting: het differentiëren van de onroerende voorheffing tussen gemeenten en binnen een gemeente. Die beleidspiste wordt momenteel onderzocht door de administratie van minister Van Mechelen.
Vandaag stelt de VLD in dat kader voor om het bestaande federale stelsel van de belastingvermindering voor de renovatie van woningen die gelegen zijn in een zone voor positief grootstedelijk beleid op een aantal punten te hervormen en uit te breiden.
Het betreft een bestaande maatregel in de personenbelasting: een belastingvermindering voor de uitgaven gedaan voor de vernieuwing van een woning gelegen in een zone voor positief grootstedelijk beleid waarvan belastingplichtige eigenaar, bezitter, erfpachter, opstalhouder of vruchtgebruiker is onder volgende voorwaarden:
• moet gaan om de énige woning van de belastingplichtige
• woning moet 15 j in gebruik zijn
• totale kostprijs van de werken moet minimaal 3.200 € bedragen
• werken moeten uitgevoerd worden door geregistreerde aannemer
• belastingvermindering is beperkt tot 15% van de werkelijk gedane uitgaven met een maximumbedrag van 610 €
De 15 steden die onder het Grootstedenbeleid vallen zijn: 3 Vlaamse (Antwerpen, Gent, Oost-ende), 7 Brusselse (Anderlecht, Vorst, Molenbeek, St-Gillis, St-Joost, Schaarbeek en Brussel-stad) en 5 Waalse (Luik, Charleroi, La Louvière, Bergen en Seraing).
De VLD stelt voor:
1. De uitbreiding van het stelsel tot de huurwoningen
De huidige belastingvermindering wordt uitsluitend verleend voor de enige woning van de belastingplichtige. De VLD wil dat het stelsel wordt uitgebreid tot al de woningen die de belastingplichtige in België in zijn bezit heeft en die worden verhuurd.
2. De verhoging van het maximumbedrag
De ministerraad van 22 maart 2004 besliste om de belastingvermindering in het kader van het positief grootstedelijk beleid te verdubbelen van 610 euro naar 1.220 euro. Tot heden blijkt echter dat die beslissing niet omgezet is in de praktijk. Het is dan ook aangewezen dat de federale regering zo spoedig mogelijk het bedoelde maximumbedrag van de belastingvermin-dering in eerste instantie zou verdubbelen en in een volgend stadium nogmaals zou verhogen. In het aanslagjaar 2004 genoten 1.848 belastingplichtigen van de belastingvermindering, wat de federale overheid 814.000 € kostte.
3. Het tarief van de belastingvermindering
Ook het tarief van de belastingvermindering, dat momenteel is vastgesteld op 15 pct. van de werkelijk gedane uitgaven, zou moeten verhoogd worden, bvb tot 30%.
4. De vaststelling van de zones
Voor de periode 2003-2008 werden de zones voor positief grootstedelijk beleid vastgelegd bij KB van 4 juni 2003 (BS van 20 juni 2003). De VLD stelt voor om na 2008 het aantal zones aanzienlijk uit te breiden en er alleszins al de stedelijke gebieden in op te nemen. Bovendien zouden de lokale besturen meer inspraak moeten krijgen in de afbakening van de zones en zouden ze voor een langere periode dan zes jaar moeten vastgelegd worden.
5. De invoering van een notionele intrestaftrek bij kosten gedaan voor de renovatie van woningen
Als er renovatiewerken worden uitgevoerd aan een woning die door een belastingplichtige wordt verhuurd, bestaat er een onderscheid in de belastbaarheid van het onroerend inkomen naargelang deze werken door de belastingplichtige worden gefinancierd met eigen of met vreemd vermogen. Wanneer er voor de renovatiewerken wordt geleend, kunnen de interesten worden afgetrokken van het belastbaar onroerend inkomen. Wanneer de werken daarentegen worden gefinancierd met eigen middelen, kunnen er geen interesten van het belastbaar onroe-rend inkomen worden afgetrokken. Vandaar het bijkomende voorstel om een soort van notionele interestaftrek in te voeren voor de renovatiewerken die (deels) worden gefinancierd met eigen middelen. Dergelijke notionele interestaftrek zou kunnen worden gerealiseerd door vooreerst gedurende een aantal opeenvolgende jaren een referentierentevoet toe te passen op het gedeelte van de renovatiewerken die worden gefinancierd met eigen middelen, en vervolgens dit gedeelte net zoals de werkelijk betaalde interesten af te trekken van het belastbaar onroerend inkomen.
6. De link met het Grootstedenbeleid
De federale overheid stelt ieder jaar meer dan 40 miljoen euro ter beschikking van het Groot-stedenbeleid. Voor dit jaar gaat het over een bedrag van 49,283 miljoen euro. Deze middelen worden verdeeld over 15 steden en gemeenten. De VLD stelt voor om een deel van dat budget aan te wenden voor de financiering van bovenstaande voorstellen.
Brusssel, 13 september 2006
Sven Gatz
Ludo Van Campenhout
Bart Tommelein
Bart Somers
|