Kouchner's identiteit versus het burgerschap van Verhofstadt

18 februari 2010
Sven Gatz


In Frankrijk woedt het nationaal identiteitsdebat, pour le pire et pour le meilleur. Europeaan en liberaal Guy Verhofstadt stelt daar indringende vragen bij maar wordt zowel hier als in la douce France teruggefloten. Retournes à tes frites: een Belg kan blijkbaar niets zinnig over de Franse identiteit zeggen. Nochtans is dit geen Frans maar een postmodern Europees debat. Dat inspireert o.m. Bart De Wever tot bespiegelingen over de innige relatie tussen identiteit en migratie. Het lijkt me nuttig hier enkele liberale kanttekeningen bij te maken.

Niemand kan ontkennen dat als mensen uit verschillende continenten elkaar ontmoeten ze zich geconfronteerd weten met andere leefwerelden, visies, overtuigingen en gewoontes. Dat kan een verrijking zijn voor een samenleving, op voorwaarde dat iedereen zich genoeg open opstelt om het initieel vreemde trachten te begrijpen. Ik geloof echter dat migratie en identiteit niet zo nauw met elkaar verbonden zijn als wordt beweerd. Niet in het minst omdat het begrip identiteit, eens het het persoonlijke overstijgt, nog moeilijk objectiveerbaar is. Een culturele identiteit, zo hebben intussen heel wat studies uitgewezen, is een 'verbeelde gemeenschap.' Het is het resultaat van een toeschrijvingsproces. Het is dan ook niet verwonderlijk dat nationalisten zich vaak bekwamen in een historische apologetica om aan te tonen dat deze ‘verbeelding’ een realiteit is.

Uit een recent onderzoek van de Universiteit Hasselt en Steunpunt Gelijkekansenbeleid bleek dat migranten zich niet zozeer identificeren met Vlaanderen of België, als wel met hun regio of stad. Denken we hierbij maar aan de Maroxellois, Maghrebijnse Brusselaars, duidelijk een product van de Marokkaans-Brusselse kruisbestuiving. Het wordt al snel duidelijk dat de draagkracht van een abstract begrip als identiteit hoogst onzeker is. Noopt de identificatie van de Gentse Turken met de wijk rond de Sleepstraat tot het verheffen van dit “Gents-Turkse” gevoel tot een semi-nationaliteit? Nee toch.

De kern van de zaak is tweevoudig. Ten eerste: hoezeer is het begrip identiteit oorzaak van een al dan niet haperende inburgering? Kijken we eerst maar eens naar de socio-economische situatie waarin nieuwe Belgen zich al te vaak bevinden. Op vlak van onderwijs en op de arbeidsmarkt worden nog niet de resultaten gehaald die we mogen verwachten. Dit resulteert dan weer in een (relatief) isolement. Het is deze negatieve sociale dynamiek die aan de grondslag ligt van allochtonen die maar niet ingeburgerd geraken. Erst das Fressen und dann die Moral.

Ten tweede: hoezeer is de notie identiteit ingeschreven in het inburgeringstraject in Vlaanderen? Via de verplichte lessen Nederlands en de cursus Maatschappelijke Oriëntatie worden nieuwkomers klaargestoomd voor onze maatschappij. Een inwijkeling wordt verondersteld te weten hoe het land in elkaar steekt, zonder dat echter van hem of haar wordt verwacht alle gewoontes over te nemen. Zo is het te verdedigen dat hoofddoeken en andere symbolen achter loketten of in scholen worden geweerd. Thuis of in zijn of haar moskee, kerk, tempel doet men dan weer wat hij wil.
 
Als iemand als De Wever betoogt dat we moeten nadenken over wie tot “het volk” behoort en wie niet, herinnert hij zich blijkbaar niet dat deze denkoefening in opdracht van Marino Keulen al een tijd geleden werd uitgevoerd door de Commissie Bossuyt, die de invulling van de cursus Maatschappelijke Oriëntatie vorm gaf, en waarin ondermeer Rik Torfs en Etienne Vermeersch zetelden. Wat zijn onze basiswaarden? Sinds de Verlichting vormen drie concepten de pijlers van het Westen: vrijheid, gelijkheid en solidariteit. Ook constateerde de commissie dat daar doorheen nog twee andere waarden lopen, i.c. respect en burgerschap. De wijze heren van de commissie wisten dat beter werd gekozen voor het toekomstgerichte ‘burgerschap’, dan te verwijzen naar het ongrijpbare ‘identiteit’.
 
Zijn pleidooi lijkt verder te impliceren dat de toevloed van immigranten onze waarden bedreigt. Het federale Planbureau maakte recent bekend dat de migratie volgens haar schatting in de volgende twee decennia nog in snelheid zal toenemen. Kiezen we voor een angstig vasthouden aan hoe het was (whatever that may be) of geloven we dat de maatschappij een dynamisch gegeven is? Tot zolang de vernoemde basiswaarden overeind blijven en uitgediept worden, is er geen probleem, mij dunkt. Waar ik meer schrik voor heb is de agenda die zich hierachter ophoudt. Eens we aanvaarden dat identiteit zo belangrijk is als door nationalisten beweerd, zal er wel een historicus zijn die de Belgische identiteit vervangt door de Vlaamse. Quod erat demonstrandum. Ook dreigen dergelijke oefeningen ongewild sneller dan gedacht te verglijden in xenofobe overtuigingen over waarden die verwateren of vervuild worden door de instroom van anderen met minder nobele bedoelingen. Niet voor niets heet de in 2007 opgerichte Europese extreem-rechtse fractie “Identiteit, Soevereiniteit en Transparantie” (met hoofdletters).

Kort samengevat bestaat succesvolle inburgering bij de gratie van twee factoren: bereidwilligheid van de nieuwkomer om zich enkele zaken eigen te maken, niet in het minst een grondige kennis van het Nederlands, en een maatschappij die ervoor zorgt dat hij of zij over gelijke startkansen beschikt. Op die manier beschouwd gaat het over heel concrete zaken die via de juiste beleidsdaden kunnen worden gerealiseerd.

Dat is de echte uitdaging: eerder een gemeenschappelijk maatschappelijk platform zoeken en vinden rond actief burgerschap dan blijven vasthangen in een debat over identiteit. Dat is het verschil tussen kosmopolitisch humanisme en nationalisme. Zonder liberaal en Europees kompas verwildert een misschien goedbedoeld debat over identiteit immers tot een notie van gesloten nationaliteit, eerder dan te evolueren richting open burgerschap.

Sven Gatz
Vlaams Volksvertegenwoordiger
Fractievoorzitter Open Vld


Minister Bourgeois reageerde hierop als volgt:

Patriot én wereldburger (De Standaard 20/02/2010)

Kosmopolitisch humanisme of warm Vlaanderen?

De demarches van Guy Verhofstadt en Sven Gatz (beiden Open VLD) in het identiteitsdebat irriteren  GEERT BOURGEOIS : 'De neoliberale ontwortelde kosmopolieten hebben lucht verkocht.'

Overal viert het welbegrepen, verenigende patriottisme hoogtij

In een opinieartikel in Le Monde en De Standaard van 12 februari haalde Guy Verhofstadt (Open VLD) fors uit naar het identiteitsdebat dat, op initiatief van president Nicolas Sarkozy en de regering-Fillon, de voorbije maanden in Frankrijk is gevoerd. Hij gaat zelfs zover om er het Vichy-regime bij te halen. Zijn partijgenoot Sven Gatz bakt het al even bruin. Met een kromredenering verdenkt hij aanhangers van het humanitaire nationalisme ervan er een verborgen xenofobe agenda op na te houden (DS 18 februari).

Toegegeven: het Franse identiteitsdebat is enigszins anders verlopen en afgelopen dan de initiatiefnemers hadden bedoeld, maar dat is geen reden om een reflectie over de vraag wat het aan het begin van de 21ste eeuw betekent Fransman te zijn, met de grond gelijk te maken.

Overal viert het welbegrepen, verenigende patriottisme hoogtij. Er is niet alleen Sarkozy in Frankrijk. Er is Barack Obama in de VS. Er is Wouter Bos in Nederland (dat van plan is de Nederlandse taal als identiteitsvormende factor in de grondwet op te nemen). Er zijn er nog andere. Verhofstadt etaleert echter keer op keer zijn aversie voor de nationale identiteit of de samenhorigheid van een (volks)gemeenschap, en Gatz volgt hem daar grotendeels in - behalve blijkbaar als het om de Belgische nationaliteit gaat, die geen 'verbeelding' zou zijn.

In zijn Vierde Burgermanifest (2007) gaf Verhofstadt al lucht aan zijn afkeer voor de 'gesloten samenleving' die zich afschermt van de buitenwereld en voor het 'tribalisme' dat de mensen opdeelt 'in categorieën, in vakjes, in hokjes' en elke mens een 'enkelvoudige identiteit' geeft.

Hij riep zich uit tot profeet van de 'open samenleving', 'want de wereld is al lang geen verzameling meer van 192 keurig van elkaar gescheiden staten, elk met hun eigen taal, religie en culturele eigenheid. Neen, de wereld is één groot dorp geworden, waarin de talen, godsdiensten en tradities zich vermengen en waarin de nationale economieën één grote markt zijn geworden. In zo'n wereld leidt meer vrijheid tot meer geluk en meer welvaart. Terwijl tribaal groepsdenken onafwendbaar verglijdt naar meer armoede en isolement.'

Zonder identiteit (die te maken heeft met taal, onderwijs, media, cultuur, gedeeld verleden en gezamenlijke ervaringen - en dus voortdurend evolueert) bouw je geen gemeenschap op. Democratie speelt zich af binnen de grenzen van een natie, tussen mensen die een gemeenschap willen vormen, oud- en nieuwkomers. Burgerschap heeft alles te maken met je wil om tot de gemeenschap te behoren.

Hier komen we tot de vraag welke burger we willen zijn: de citoyen of de bourgeois. Het burgerschap van de citoyen du monde, de l'univers of van de betrokken burger die deel uitmaakt van een gemeenschap, drager van rechten en plichten. Maar: is het óf dan wel én?

Mijn ideologie is er een van vrijheid en verantwoordelijkheid. Zelf je keuzes maken, als vrijgevochten mens, maar nooit kiezen voor jezelf alleen. Geen keuze dus voor de liberale, rekenende aandeelhouder van de nv België. Je maakt immers deel uit van een gemeenschap. En tegenover die gemeenschap draag je een verantwoordelijkheid. Mijn vrijheid houdt dus niet op waar de vrijheid van de andere begint. Mijn vrijheid houdt op bij, of beter, gaat samen met mijn verantwoordelijkheid voor het geheel.

De citoyen en de bourgeois hoeven dus niet te botsen. De verlichte burger kan best de burger zijn die bewust is van zijn identiteit, die deel uitmaakt van een gemeenschap. Meer: het is de enige manier om democratie te vormen. De eigen warme gemeenschap vormt én het kader van de democratie én het middel om aan een groter geheel deel te nemen. De neoliberale ontwortelde kosmopolieten hebben lucht verkocht, zoals de wereldwijde financiële crisis heeft aangetoond. Waar, trouwens, zou de nieuwkomer van de tweede en derde generatie die onderwijsachterstand heeft en moeilijk werk vindt, het meest van gediend zijn: van het liberale en ongeregelde 'kosmopolitisch humanisme' van Verhofstadt en Gatz, of van een warme en open Vlaamse samenleving die gaat voor gelijke rechten en plichten?

Identiteit is hét antwoord op de mondialisering. Het is de enige manier om te participeren aan grotere gehelen. Een modern land sluit zich niet af, maar voelt zich verantwoordelijk voor de internationale gemeenschap en werkt graag samen in internationale verbanden. De Europese Unie is onze hefboom om wereldwijde akkoorden te sluiten in de nieuwe multipolaire wereld. De EU kan echter maar slagen als een eenheid in verscheidenheid, met respect voor de rijkdom en diversiteit van volkeren, talen en culturen, als een gemeenschap opgebouwd van onderen uit, overeenkomstig het subsidiariteitsprincipe.

Voorstanders van de Verenigde Staten van Europa negeren het ontbreken van één Europese publieke cultuur. Zij scheppen de illusie van een Europese burgerdemocratie, terwijl de rijkdom van Europa in zijn nationale verscheidenheid bestaat. De (rechtstreekse) participatie van de burger speelt zich op nationaal niveau af.

Europa kan alleen Europese burgers krijgen als het van onderen uit opgebouwd wordt door soevereine overdracht van bevoegdheden, met als basisprincipe de subsidiariteit. Zij die pleiten voor een superstaat, een imperium, vergissen zich. Europa kan bezielen, motiveren en opnieuw werven als factor van Europese welvaart, een ruimte van vrijheid en veiligheid, met welbepaalde (grenzen aan zijn) bevoegdheden, als het werkelijk gaat voor de subsidiariteit, werkelijk gaat voor de eenheid in verscheidenheid en als het ook zijn rol in de wereld vindt. Dit laatste kan niet de rol van een imperium zijn, maar wel die van een stabiliserende factor, die vrede brengt (kernwapenvrij), stabiliteit, en ontwikkeling van het zuiden in een multipolaire wereld. Alleen zinvolle, doordachte samenwerking in verscheidenheid, opgebouwd van onderen uit, kan een echt Europa creëren in de 21ste eeuw.

GEERT BOURGEOIS

 Wie?  Vlaams minister van Inburgering.

 Wat?  Identiteit is hét antwoord op de mondialisering.

 Waarom?  Zonder lokale identiteit geen sterk Europa.


Lees hieronder de repliek van Sven Gatz

Kosmopolieten (De Standaard 22/02/2010)

Met een mengeling van interesse en verbazing las ik het opiniestuk van Geert Bourgeois (DS 20 februari)  als reactie op eerdere teksten van Guy Verhofstadt en mezelf over het identiteitsdebat in Frankrijk en de fall-out ervan in Vlaanderen en België. Dat Bourgeois ons daarbij en passant verantwoordelijk stelt voor de financiële crisis die volgens ons niets met dit debat te maken heeft, dat hij ons ten onrechte aanwrijft dat wij de Belgische identiteit als realiteit verheerlijken terwijl we de Vlaamse slechts verbeelding zouden vinden, dat hij ons 'neoliberale ontwortelde kosmopolieten' (sic) noemt die gebakken lucht verkopen is jammer en toont andermaal aan dat een hoogstaand intellectueel debat voeren in dit land erg moeilijk blijft.

Wij hebben identiteit an sich niet willen stigmatiseren. Iedereen heeft een bepaalde identiteit, gebaseerd op taal, geloof, sociale status, enzovoort, al dan niet meerlagig, maar we betwijfelen of het benadrukken van een collectieve identiteit in een migratiesamenleving wel de goede keuze is. Men kan mensen geen identiteit opdringen die ze niet willen. Wij zijn van oordeel dat de notie van burgerschap gebaseerd op waarden als vrijheid, gelijkheid, solidariteit en respect functioneler is als sterk gemeenschappelijk fundament voor een multiculturele maatschappij. Burgerschap berust op een combinatie van democratisch gemaakte (en dus afdwingbare) afspraken en een appel aan sociale verantwoordelijkheid. De objectieve legitimiteit ervan is groter dan een identiteit die subjectief is en enkel aangeeft wie men is (of eerder wie men zich voelt) en tot welke groep men zegt te willen behoren. Meer hebben Guy Verhofstadt en ik niet willen zeggen.

Sven Gatz  (Vlaams volksvertegenwoordiger, Open VLD)